Wierum is een kleine buurtschap gelegen op een 4,8 meter hoge wierde en ligt op korte afstand van het Reitdiep. Vroeger werd de naam Wierum ook gebruikt voor het groepje huizen ten oosten van het Reitdiep, dat sinds de 19de eeuw als Wierumerschouw wordt aangeduid. Op de wierde bevinden zich een boerderij, twee huizen, een kerkhof en een natuurbegraafplaats. Ten zuiden van Wierum ligt de wierde Enens met de kop-hals-rompboerderij De Paddepoel uit 1859.
Foto Mary Kuiper
Begraafplaats Wierum
Vogel schreeuwt tegen de lucht. Zo brons kan dood zijn.
De schelpen zijn een weg naar Santiago de Compostella hier in Wierum. Onwennig liggen ze op dit eiland zonder branding, zonder zon. De gloedgele bol is een roestrood hek, tralies om het leven. Mijn liefste! Mijn medepelgrim van de Weg.
Bewonder mijn vleugels. Zwever.
Rense Singraven Uit: Sloop de stad met tedere woorden, 2008.
Begraafplaats Wierum. Foto Mary Kuiper
De begraafplaats van Wierum is ruim een hectare groot en bevindt zich op het oudste gedeelte van de wierde. In de 13de eeuw werd op de heuvel een kerk gebouwd met daarbij een kerkhof. Na de afbraak van de kerk in 1829 bleef de begraafplaats aanwezig. Het oudste graf dateert uit 1679. De Hervormde gemeente Dorkwerd beheert de bestaande begraafplaats. De wierde had voor de afgravingen een omvang van 5 tot 6 hectare. Tussen 1912 en 1916 werd ongeveer driekwart afgegraven voor het gebruik van terpaarde. Alleen rond de gebouwen, het kerkhof en de weg bleef de wierde intact.
De begraafplaats van Wierum lag tot voor kort nog op eenzame hoogte. Tussen 2006 en 2008 is het grootste deel van de wierde hersteld met gebruikmaking van 80.000 m³ klei, baggerspecie uit het Van Starkenborghkanaal. Een bewoners wilde niet meewerken aan de ophoging van de afgegraven wierde. Een stukje Wierum ligt dus lager.
Foto Mary KuiperFoto Mary Kuiper
Natuurbegraafplaats Wierum
Grenzend aan de bestaande begraafplaats ligt de wierdebegraafplaats met ruimte voor 250 graven. De begraafplaats is een hectare groot en bevindt zich op het gedeelte van de wierde dat is opgehoogd. De dodenakker wordt als bloemrijk grasland beheerd.
Natuurbegraafplaats Wierum
Een houten hek geeft toegang tot de begraafplaats. Direct daarachter staat een informatiebord van het Groninger Landschap en Uitvaartverzorger Algemeen Belang Dela, de initiatiefnemers van deze natuurbegraafplaats. Een paar bankjes bieden een zitplaats voor bezoekers. Het terrein is kaal en gaat op in het vlakke Groninger land. Er zijn wat paden over het terrein uitgezet. Zandhopen met een herinneringssteen markeren de graven.
‘Adelrijk Beetsterzwaag’ wordt omgeven door een afwisselend landschap met loof- en naaldbossen, heidevelden en vennen. In 1793 liet de jurist Ambrosius Ayso van Boelens aan de hoofdstraat van het toen nog kleine dorp een landhuis bouwen. Ook werd de heide aan de overkant van de weg herschapen in een fraai wandelpark. Andere vooraanstaande en adellijke families (Lycklama à Nijeholt, Eysinga, Van de Lynden en Van Bijma) volgden zijn voorbeeld.
De adel bezat een groot deel van de grond en bestuurde het dorp met strakke hand. De meeste monumentale landhuizen met hun weelderige (over)tuinen zijn gebouwd langs de Hoofdstraat. De adel is vertrokken en de meeste staten hebben een andere functie gekregen. Sporen van het ‘adelrijke’ Beetsterzwaag zijn terug te vinden in de dorpskerk en op het omringende kerkhof.
Begraven in en rond de Martenskerk
Dorpskerk met kerkhof, Beetsterzwaag
De dorpskerk ligt niet, zoals in veel Friese dorpen, in het centrum, maar iets ten noorden van de Hoofdstraat. Oorspronkelijk lag de Sint Martenskerk wel precies in het centrum: aan de kruising van het Kerkepad West en het Kerkepad Oost en het pad dat naar Boornbergum leidt.
Op de plek van de huidige kerk stond een middeleeuws kerkgebouw. In 1803-1804 werd een nieuwe kerk gebouwd op de fundering van de oudere. In de kerk zijn nog diverse grafzerken te zien uit het begin van de 17de-eeuw, waaronder van de familie Fockens en de Van Teijens. Rondom de kerk werden vanaf de 19de eeuw naast dorpsbewoners vele adellijke inwoners begraven, waarvan de naam Van Harinxma thoe Slooten het bekendst is.
Op het kerkhof zijn graven te vinden van o.a.:
Jan Janssen Lauswolt ca. 1580-1655), het oudste graf op dit kerkhof, de steen is uit 1655
Luitje de Goed (1853-1926), architect die de voorgevel van de plaatselijke bakkerij heeft in Jugendstilstijl ontworpen
Jan Bieruma Oosting, de vader van kunstenares Jeanne Bieruma Oosting
de jong gestorven student Basoekie die op Java is geboren en in Nederland studeerde, zie artikel op Dodenakkers
Syb Hellinga (1925-2000), de oprichter van het plaatselijke Kunsthuis SYB.
Links van de ingang van de kerk is een graf met een graftrommel. Deze trommel is in 1930 geplaatst op het graf van een jongen van 15 jaar en is met steun van de Van Teyensfundatie in 2021 gerestaureerd.
Links: Grafstenen familie Van Teijens; rechts: graftrommel
Nieuwe begraafplaats aan de Gealeane
Toegangspoort tot de begraafplaats aan de Gealeane
Rond 1940 dreigde jet kerkhof vol te raken. Twee jaar later kocht de gemeente een stuk grond aan ten westen van de weg van Beetsterzwaag naarBoornbergum. De oorlog zorgde ervoor dat er niet direct met de aanleg werd gestart. Pas in 1946 werd een aanvang gemaakt met de aanleg van de nieuwe begraafplaats en in 1948 werd de eerste overledene begraven. Het ontwerp, een halve cirkel doormidden gedeeld door een pad, was modern. Niet alle graven lagen aan de paden. Achter de ingang is een ruimte opgenomen waar afscheid genomen kan worden van de overledene. Twee dwarspaden deelden de halve cirkel op in zes afzonderlijke vakken. Achteraan stond, toen nog buiten de begraafplaats, een baarhuisje. Bij latere uitbreidingen kwam deze centraler op het terrein te liggen.
Uitbreiding
De eerste uitbreiding (Fase II) vond plaats in de jaren 1970. De ruimte aan de buitenzijde van de eerste cirkel werd in gebruik genomen. Het hoofdpad werd verlengd en er werden enkele nieuwe dwarspaden aangelegd, waardoor er vier nieuwe vakken ontstonden. In de jaren 1980 werd er een tweede (Fase III), veel grotere uitbreiding gemaakt. In 2001 was er opnieuw een uitbreiding (Fase IV) aan de achterzijde van het terrein. Er werd een soortgelijke cirkel ontworpen met meer ruimte voor graven. De eerste graven op dit deel werden uitgegeven in 2004. Ook werd er een dienstgebouw gebouwd. Het totale oppervlak van de begraafplaats beslaat nu zo’n 1,5 ha.
De begraafplaats aan de Gealeane wordt omgeven door bos en heeft een besloten en sterk groen karakter. Op de begraafplaats staan willekeurig bomen en boomgroepen verspreid. Dit zorgt voor een natuurlijk karakter. De ingang van de begraafplaats heeft een plein met aan de linkerkant twee treurbeuken.
Vorchten ligt vlak achter de IJsseldijk op de grens van Gelderland en Overijssel. Het dorp bestaat uit niet meer dan enkele boerderijen en een, gelegen op een donk, een oud kerkje met kerkhof.
De kerk met de unieke zadeldaktoren, destijds gebouwd op een terp met het oog op eventuele overstromingen van de IJssel, is al van verre zichtbaar. De kerk was gewijd aan Johannes de Doper. De toren met twee smalle zijvleugels werd gebouwd rond 1200 en is het oudste deel van de huidige kerk. Het eenbeukige schip stamt uit de vroege 13de eeuw. Het veel hogere koor dateert van de 15de eeuw. De kerk onderging in 1856 een ingrijpende verbouwing, waarbij vooral het schip wijzigingen onderging. Schip en koor zijn gedeeltelijk uit tufsteen, maar grotendeels uit baksteen opgetrokken.
Rond 1200 kreeg Vorchten het recht om overledenen te begraven rond de kerk. Tot die tijd moesten de doden begraven worden in Epe. Het kerkhof is nog steeds in gebruik. In de kerk (?) is een grafkelder aanwezig voor de heren van Dedem van Vosbergen.
De Rijksstraatweg (N833) van Culemborg naar Geldermalsen passeert het dorp Buurmalsen. Volgens de overlevering stichtte Suitbertus, een metgezel van Willibrordus, op 26 september 696 een kerk in Uberan Malsena (Overmalsen), het tegenwoordige dorp Buurmalsen. Rond de kerk ligt een kerkhof dat al eeuwenlang in gebruik is.
Opvallend zijn de graven van familie Heuff van de nabijgelegen boerderij Keizershof. Het bouwwerk bestaat uit een eenvoudige bakstenen opbouw met plat dak waarop vier zerken liggen. De Hervormde kerk van het buurdorp Tricht, van ouds aan St. Pieter gewijd, ligt midden in het dorp. Het kerkhof is in na de opening van de nieuwe begraafplaats gesloten en geruimd.
Begraafplaats
De toenmalige gemeente Buurmalsen die de dorpen Buurmalsen en Tricht omvatte, liet in 1873 aan de Lingedijk een nieuwe begraafplaats aanleggen. Het kerkhof in Tricht werd in 1874 gesloten, op het kerkhof in Buurmalsen werd tot de jaren 1990 nog begraven. Een beukenhaag omsluit de begraafplaats Buurmalsen , die bestaat uit drie deelgebieden. De begraafplaats een omvang van ruim 1,5 ha en bezit twee ingangen. De laatste uitbreiding heeft een eigen ingang gekregen, terwijl tegenover de oude ingang parkeerplaatsen zijn aangelegd.
Aanleg in drie fases
De oorspronkelijke ‘oude’ begraafplaats ligt rechts van de ingang en werd tussen 1871 en 1873 ingericht. Dit sfeervolle deel kenmerkt zich door oude, deels vervallen graven, twee grote grafmonumenten, graftrommels, enkele monumentale bomen en grote taxussen. De graven liggen in rijen tussen een rondlopend pad.
In de jaren 1920 werd ten westen van de oude begraafplaats de eerste uitbreiding gerealiseerd. Het terrein bestaat uit graven langs diagonale paden. Tussen de graven zijn hagen geplant en verspreid staan diverse bomen.
Begin jaren 1970 vond de recentste uitbreiding plaats. De uitbreiding was functioneler dan de eerdere uitbreiding. Haaks en parallel langs een hoofdpad zijn diverse grafvelden gelegen. Grind bepaalt hier het aanzien.
Bronnen: bezoek begraafplaats 22-05-2025. Rapport Beleids- en beheerplan begraafplaatsen West Betuwe 2019 – 2023. Inventarisatie opvallende en historische grafbedekkingen 22 gemeentelijke begraafplaatsen, Gemeente West Betuwe 2024, Gemeente West Betuwe 2024.
Het is maar korte oversteek met de pont over de Lek van Culemborg. Dan over de Veerweg, de Lekdijk, onder het spoor en door de weilanden naar Schalkwijk. Net voor het dorp ligt aan de spoorlijn het terrein waar tot in de middeleeuwen de ridderhofstad Schalkwijk stond, de Tuin van Jhr. Ram bij. In deze gereconstrueerde 17de-eeuwse tuin speelden voedsel en geneeskrachtige planten een grote rol. De contouren van het verdwenen kasteel zijn goed zichtbaar. De grachten zijn opnieuw uitgegraven en de resten van de fundering zijn nog aanwezig n de bodem.
Jonkheer Adriaan Ram, de naamgever van de tuin Ⓐ, werd in 1599 geboren als telg van een adellijke katholieke Utrechtse familie. Hij kocht in 1633 de ridderhofstad Schalkwijk en verwierf 1647 de ambachtsheerlijkheid Schalkwijk. Hij bood de overwegend katholiek gebleven bevolking van Schalkwijk een schuilkerk in de toren van het kasteel. In 1651 werd Ram gevangen genomen. De toren werd afgebroken en zijn gezin verbannen uit ’t Sticht. Hij moest noodgedwongen zijn kasteel verkopen.
RK Michaëlkerk
Het langgerekte Schalkwijk ligt aan de in 1122 gegraven Schalkwijkse Wetering. Rond de kerk aan de Brink ontstond een kleine dorpskern. In 1876 gaf het aartsbisdom Utrecht de opdracht tot de bouw van een RK-kerk, een ontwerp van de bekende Utrechtse bouwmeester Alfred Tepe. Dankzij de rijkdom van de Schalkwijkse katholieke boeren verrees een kerk die plaats bood aan vijfhonderd menen en al gauw de bijnaam de ‘kathedraal van het Sticht’ kreeg. Het rijke interieur is van de hand van Friedrich Wilhelm Mengelberg.
Plattegrond RK Kerkhof. Bron: Blijf mij nabij…
Kerkhof
Aan de noordoostkant van de kerk lag al in 1818 een klein kerkhof ③ van 25 bij 20 meter. De doden waren in een enkele laag op rij begraven. Toen de kleine dodenakker vol raakte, werden zij boven elkaar ter aarde besteld. Toen het verbod op begraven in kerken per 1 januari 1829 van kracht werd, werd op het kerkhof een graftombe voor de familie De Wijkerslooth gebouwd. In hetzelfde jaar werd op 23 oktober de tombe in gebruik genomen met de bijzetting van Anna Catharina Maria van Wijkerslooth van Weerdesteyn, geboren Ram van Schalkwijk (1760-1828).
Grafkapel
In 1864 werd een grafkapel gebouwd voor de familie Van Wijkerslooth. De kapel diende ter nagedachtenis van de in 1851 overleden Mgr. Cornelis Ludovicus de Wijkerslooth (1756-1851), heer van Schalkwijk en Weerdesteyn. Hij was de eerste bisschop voor de ‘Hollandse Zending’, d.w.z. Nederland boven de grote rivieren en wegbereider voor het herstel van de katholieke hiërarchie. Na zijn overlijden werd hij in eerste instantie bijgezet in de oude graftombe en in 1864 samen met zijn moeder overgebracht naar de grafruimte onder de kapel. Anno 2025 rusten er achttien familieleden in de kelder. In 1849 en later in 1877, 1880, 1931, 1981 en 2013 werd het kerkhof uitgebreid. Het kerkhof heeft nog steeds het karakter van een dorpskerkhof.
Garafkapel familie Wijkerslooth
De grafkapel heeft de plattegrond van een Grieks kruis. Boven de dubbel toegangsdeuren bevinden zich in reliëf twee klimmende leeuwen die de wapens van de opdrachtgever en zijn vrouw dragen. Boven deze familiewapens is een natuurstenen gedenkplaat aangebracht met de inscriptie: Grafstede der familie Wijkerslooth van Weerdesteyn & Schalkwijk. De vloer van de kapel is bedekt met kleurige tegels. In de zuidoostelijke kruisarm staan twee levensgrote marmeren beelden: de H. Anna en de H. Cornelius. Onder het venster in de noordoostelijke kruisarm staat een zandstenen altaar met in goud geschilderd de Alfa en de Omega. In de buitengevel bevindt zich onder dit raam de ingang van de grafkapel.
Kerkhof Hervormde Kerk
Toegangspad Verloren kerkhof
Tussen de Provincialeweg en de spoorlijn ligt aan de Brink, het oude centrum van Schalkwijk, de Hervormde kerk ②. De huidige kerk bestaat uit een eenbeukig schip, een romaanse toren en een gotisch koor. De eerste kerk stond rond 1164 op deze plek, maar rond 1220 verscheen er een kerkje van tufsteen. Ook staat er dan al een toren. Rond 1500 wordt de kerk vergoot en in gotische stijl herbouwd. De toren wordt verhoogd met een verdieping en krijgt een gotische spits. In 1804 werd het koor verlaagd en het schip vervangen door het huidige. De kerk was oorspronkelijk gewijd aan St.-Michaël. Het praalgraf van Balthazar de Leeuw (1714-1754), ambachtsheer van Schalkwijk, neemt de westzijde van de kerk in beslag. Hij plaatste een leeuw in plaats van een haan als windvaan op de toren. Rond de kerk ligt een bescheiden kerkhof.
Het Verloren kerkhof
Schalkwijk kende tot 1951 nog een derde begraafplaats die bekend staat als het ‘Verloren kerkhof’ ①. Deze begraafplaats lag aan de Achterdijk in het buitengebied van Schalkwijk. In een scherpe bocht van de Achterdijk verwijst een bord naar een Vogelkijkhut en het ‘Verloren kerkhof’. Het terrein lag vermoedelijk in de berm van het pad en was niet meer dan ‘1 are en 18 centiare’ (1018 m²) groot. Bij de vogelkijkhut herinnert niets meer aan het kerkhofje.
De begraafplaats was bestemd voor het begraven van zwervers die in de gemeente Schalkwijk en Tull en ’t Waal overleden en drenkelingen die in de uiterwaarden van de Lek aanspoelden. Het waren personen zonder gegevens van herkomst en van wie men niet wist of ze lid waren van een kerkgenootschap. Omdat de gemeentes Schalkwijk en Tull en ’t Waal geen algemene begraafplaats hadden, werden deze overledenen begraven op het ‘neutrale’ kerkhofje nabij de Lek. Op 8 augustus 1945 vond daar de laatste begraving plaats. De begraafplaats werd gesloten op 12 februari 1951. Er werd toen een klein deel van het kerkhof van de Hervormde kerk in Schalkwijk afgescheiden als openbare begraafplaats. Deze overeenkomst werd in 1962 weer ontbonden, toen Schalkwijk, Tull en ’t Waal en Houten tot één gemeente, genaamd Houten, werden samengevoegd. Houten had wel een algemene begraafplaats.
Bronnen: P.M. Heijmink Liesert, Blijf mij nabij… Uitgever: RK Locatie Heilige Michaël Schalkwijk en Tull en ‘t Waal. Met dank aan Peter den Hartog voor zijn bijdrage over de geschiedenis van de schuilkerken in Schalkwijk. Bezoek aan Schalkwijk.
Het voormalige eiland Schokland wordt nu geheel door land omgeven. Het eiland werd in 1859 op last van koning Willem III ontruimd. Tot dat jaar werd er op tee plekken begraven op Schokland. Een rondje over het eiland brengt je op de Zuidpunt waar de kerkruïne/kerkhof van Ens en de vuurplaat staan. Op de Noordpunt verrast het gerestaureerde haventje en twee kleine gebouwen: De Misthoorn en De Lichtwachter. Een kunstwerk in de vorm van een hek markeert het katholieke kerkhof.
De omstandigheden waarin de Schokkers leefden waren door het oprukkende water onhoudbaar geworden. Tijdens de inpoldering van de Noordoostpolder in 1942 kwam het eiland als een zichtbare verhoging in het landschap weer tevoorschijn. Rond de kerk van Middelbuurt, een van de drie buurten op het eiland, is in een van Zuiderzeehuisjes het eilandmuseum ondergebracht.
Eén eiland, twee werelden
Hoewel Schokland een eiland vormde, werd tot in het begin van de 19de eeuw gesproken over twee ‘eilanden’: het katholieke Emmeloord en het protestantse Ens met de buurtschappen Middelbuurt en Zuidert (Ens). Op het eiland lagen dan ook twee kerkhoven.
Op de zuidpunt liggen de fundamenten van het gereformeerde kerkje van Ens dat tot 1717 dienst deed. De overledenen werden destijds in het kerkje begraven. In dat jaar werd een nieuw kerkje in Middelbuurt in gebruik genomen. De kerkruïne bleef behouden als kerkhof. Op het kerkhof van Emmeloord werden de katholieken begraven. Na het gedwongen vertrek van de eilandbewoners in 1845 bleven de doden achter op het eiland. Het katholieke kerkje en pastorie werden in 1860 afgebroken en herbouwd in Ommen. In 1938 werd de Schokkerkerk, zoals het kerkje werd genoemd, in Ommen vervangen door nieuwbouw. Het gereformeerde kerkje raakte in verval, maar werd na restauratie onderdeel van het eilandmuseum.
Opgraving van de doden en herbegrafenis
Het kerkhof van Ens trok halverwege de 20ste eeuw de aandacht van archeologen en volkenkundigen. In 1940 werden de stoffelijke resten – mede onder invloed van de rassenleer van de Duitse bezetter – uit de ruïnekerk opgegraven en voor wetenschappelijk onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de hoofdstad overgebracht. In die tijd werd wel vaker onderzoek gedaan naar eilandbewoners. Verondersteld werd dat oude raskenmerken herkenbaar moesten zijn omdat de eilandbewoners door hun isolement onvermengd waren gebleven. Daarnaast werden de fundamenten van de kerk blootgelegd en in 1944 archeologisch onderzocht. Het wetenschappelijk onderzoek heeft weinig nieuwe inzichten opgeleverd. De opgegraven beenderen bleven na het onderzoek bewaard. In december 2002 hadden de meeste stoffelijke resten een laatste rustplaats gekregen in het hart van de kerk. In het voorjaar 2003 werd een laatste bewoner van het eiland plechtig herbegraven.
Een van de intiemste kerkhoven in Zuid-Beveland ligt in het dorp Sinoutskerke. Het is gelegen op een verhoogde dorpsterp en is ovaal van vorm. De vorm heeft het te danken aan het feit dat er tot in 1906 een kerk stond. Sinoutskerke laat zich niet gemakkelijk vinden, het ligt verscholen in de Zak van Zuid-Beveland. De ‘Zak’ is een natuurgebied met een karakteristiek patroon van polders, dijken, kreken, poelgronden en welen.
Klein dorp
Sinoutskerke ontstond in de 12de eeuw op een smalle kreekrug in de Zak van Zuid-Beveland. Het dorp bleef klein, uitbreidingsmogelijkheden waren er nauwelijks. De Tachtigjarige Oorlog liet een spoor van vernielingen achter waardoor dorpsbewoners naar veiliger oorden trokken. Uiteindelijk bleven nog maar elf huizen over. Waarschijnlijk heeft er vanaf de stichting van het dorp al een kerkje gestaan. De kerk leed lang een kwijnend bestaan, maar werd in 1906 na een brand afgebroken en niet meer herbouwd. Het kerkhof bleef verweesd achter. Het kerkbestuur moest de vrijkomende grond na de sloop van de kerk bestemmen als gemeentelijk begraafplaats en voor 99 jaar aan de gemeente verpachten.
Lijkenhuisje
Memento mori-steen
Bij de sloop bleef in eerste instantie het lijkenhuisje behouden. Het huisje bleek echter dusdanig bouwvallig dat het uiteindelijk afgebroken moest worden. Er werd een nieuw lijkenhuisje gebouwd: een eenvoudig huisje in traditionele stijl met een oude memento mori-steen uit 1637. De steen, afkomstig van het gesloopte lijkenhuisje, werd ingemetseld boven de deur. Nu herbergt het huisje tuingereedschap.
Tekst memento mori-steen
Dat ghy nu syt waren wy voor dese Dat ick nu ben sult ghy haest wesen Siet vry op my en vraecht alleman
Of tiemandt tgheslacht wel kennen kan Gedenckt opt sterven
Anno 1637
Wat u nu bent waren wij vroeger ook Wat ik nu ben zult u binnenkort zijn Bekijk mij gerust en vraag aan iedereen Of iemand nog weet uit welk geslacht ik ben Bedenk dat u ook zult sterven
Anno 1637
Het is aan ’s-Heer-Abtskerke te danken dat het kerkhof van Sinoutskerke er nog is. Het dorp had geen plek meer op het kerkhof en in Sinoutskerke was genoeg plaats om ook de overledenen uit ’s Heer-Abtskerke te begraven. Sinds 2003 wordt de klok weer geluid tijdens begrafenissen. In dat jaar werd een klokkenstoel op het kerkhof geplaatst.
Memento mori-steen
Grote treurbeuk
Het kerkhof wordt doorsneden door een grindpad met enkele bomen en aan het eind een lijkenhuisje. Verder nog enkele zijpaden bedekt met grind, het achterste deel bestaat uit gras en het geheel is omgeven met een heg. Wat de begraafplaats afgezien van de geschiedenis zo bijzonder maakt, is de beplanting. Bij de ingang van het kerkhof staat een treurbeuk uit 1880-90 en naast het lijkenhuisje staat een aantal treuressen uit 1830-40
Bunschoten-Spakenburg, een samensmelting van de oude stad Bunschoten met het vissersdorp Spakenburg, ligt aan de voormalige Zuiderzee. In 1336 kreeg Bunschoten dankzij de strategische ligging op de grens van Holland en Utrecht stadsrechten. Bunschoten bleef ondanks haar nieuw status een dorp. Na de verwoesting van de stad in 1428 werd de stadsgracht gedeeltelijk gedempt. In de loop der tijd zijn beide kernen aan elkaar gegroeid.
De Hervormde kerk is het oudste gebouw van Bunschoten. De kerk werd tussen 1475 en 1500 in laatgotische stijl gebouwd. Rond 1790 werd bij een restauratie besloten het koor en de zijbeuken af te breken. Van de verkoop van de vrijkomende bouwmaterialen kon het schip van de kerk worden gerestaureerd.
Eeuwenlang werden overledenen in de kerk begraven. De grafzerken op de vloer dateren uit de periode 1620-1808. Na die tijd vonden begrafenissen plaats op het kerkhof naast en achter de kerk. Het oude kerkhof heeft rond 1962 – nadat het al meer dan vijftig jaar gesloten was – plaatsgemaakt voor de huidige parkeerplaats.
Bunschoten – Baarhuisje anno 1908
Op de plek van het kerkhof staat een monument met ernaast replica’s van twee grafstenen. Op de stenen staan de namen van Wouterus Beukers, burgemeester van Bunschoten en Ds. G. van Goor. Ger. Predikant Bunschoten.
Memento Mori De aanleg van een nieuwe begraafplaats werd noodzakelijk omdat het kerkhof vol raakte. In 1908 werd een plan ingediend voor aanleg van een nieuwe begraafplaats. De gemeente kocht daartoe een stuk grond aan de Stadsgracht. Onderdeel van het plan was het bestraten van de toegangsweg, het Stadsspui. De begraafplaats was klein van omvang: 39 bij 100 meter. In het midden liep een hoofdpad met aan het einde het baarhuisje. Rondom de begraafplaats werden brede sloten gegraven. De aanleg van de begraafplaats in 1908 kostte 14.000 gulden.
Het baarhuisje op de begraafplaats is in neogotische stijl (1908), gebouwd naar ontwerp van A. Jurling uit Nijkerk. Het baarhuisje ligt in het midden van de oorspronkelijke begraafplaats in de as van het hoofdpad. Karakteristiek voor de begraafplaats zijn de coniferen.
Resur(r)ecturis
Resur(r)ecturis Bij de ingang van de begraafplaats staat op de rechterpilaar de spreuk: Memento Mori, Gedenk te sterven. Op de linkerpilaar staat: Resurecturis, Voor hen die weer zullen opstaan. Alleen heeft de steenhouwer een foutje gemaakt. Het moet zijn Resurrecturis oftewel resurrectie, herrijzenis of wederopstanding uit de dood.
Gemeentelijke begraafplaats Memento Mori Bikkersweg 3 3752 WV Bunschoten-Spakenburg
Nu ik toch in Bolsward ben, wil ik naar Blauwhuis. Het dorp wordt omschreven als een ‘kleine katholieke enclave in het overwegend protestantse Friesland’ heeft me altijd geïntrigeerd. Hier kwamen ten tijde van de Republiek de katholieken samen in een met blauwe pannen gedekt huis, rond welk het latere dorp ontstond. Architect Pierre Cuypers bouwde er in 1871 zijn eerste Friese kerk in neogotische stijl, gewijd aan Sint Vitus. Bestaat het Rijke Roomsche Leven nog in Blauwhuis?
De opvallende grote kerk is niet te missen in het dorp. De deur van de kerk staat open. Ik loop naar binnen en kan alleen vanachter het hek het interieur van de kerk bewonderen. De ruime kerk biedt een zitplaats aan meer dan vijfhonderd kerkgangers. Zoveel bezoekers zijn er al lang niet meer, ook in dit deel van Friesland heeft de ontkerkelijking hard toegeslagen.
Veranderde tijden in de enclave
Vrijwilligers aan de slag bij de Blauwe schuur
Een hek op het voorplein geeft toegang tot het kerkhof. De deuren van het baarhuisje staan wijd open. Op het schaduwrijke bankje naast het blauwe (!) huisje zitten vier vrijwilligers aan de koffie. Met elkaar onderhouden ze de begraafplaats. Vandaag wordt het gras gemaaid en het onkruid gewied. De begraafplaats ziet er piekfijn uit, de graven glimmen in de zon en de heren hebben zin in een praatje. Voordat ik het in de gaten heb, krijg ik de geschiedenis van deze katholieke enclave te horen. In hun jeugd waren er maar drie ‘andere’, dat wil zeggen niet-katholieke, gezinnen in het dorp. Maar de tijden zijn veranderd. De ooit bloeiende parochie is met drie andere samengevoegd tot een regioparochie. Het kerkhof staat open voor alle bewoners, katholiek of niet katholiek. De heren gaan weer aan de slag en ik loop de groene akker op.
Pieta en engel
Het kerkhof werd tijdens de bouw van de kerk aangelegd (1870-1871). De opzet is eenvoudig: het terrein is door rechte paden in vakken verdeeld. Vóór 1871 werden de katholieke bewoners van deze streek begraven op een algemene begraafplaats, voorzien van een schepje gewijde aarde in de kist. Aan de westzijde van het terrein bevindt zich het oorspronkelijke houten baarhuisje en aan de noordzijde de Calvariegroep. Ook zijn er nog twee bijzondere grafmonumenten: het monument met piëta voor pastoor Evers (1892) en het monument met engel voor het echtpaar Ydema-Witteveen (1909/1917). Het houten baarhuisje, ook een ontwerp van Cuypers, werd in de zogenaamde ambachtelijk-traditionele stijl gebouwd.
O kruis onze eenige hoop
De opvallende Calvariegroep, die – volgens het opschrift aan de achterzijde – in 1870 werd ontworpen, staat centraal op het kerkhof. De gekruisigde Christus wordt aan weerszijden ondersteund door Johannes de Evangelist en Maria. Op de voorzijde staat te lezen: “Ik ben de verrijzenis en het leven: die in Mij geloofd zal hebben – al is hij ook reeds gestorven: zal leven. Wees gegroet: o kruis onze eenige hoop waaraan het Heil der wereld heeft gehangen.”
Stammenkruis
Op 26 november 1892 overleed pastoor G.J. Evers, de grote man achter de totstandkoming van de Vituskerk. Zijn graf achter de calvarie wordt gesierd door een piëta, een beeld van Maria met de gestorven Christus op schoot. Op het voetstuk staat te lezen: “Gedenk uwen geestelijke leidsman den Wel. Eerw. Heer G.J. EVERS, geb. te Zwolle 8 jan. 1824 Pastoor Sensmeer (Blauwhuis), 8 maart voorzien van de H.H. Sacramenten overl. 26 nov. 1892. R.I.P.”
Een ander opvallend grafmonument is het stammenkruis – een kruis met de armen in de vorm van knoestige stammen – met engel. De inscriptie op de ovalen marmeren plaat luidt: “RUSTPLAATS van den heer SYBERCH Y. YDEMA geb. te Workum 14 dec. 1841 overl. te Sneek 11 sept. 1917 en echtgenoote CORNELIA K.L.WITTEVEEN geb. te Oosterend 16 april 1846 overl. te Sneek 25 aug 1909.” De treurende engel omarmt het kruis met zijn linkerarm en wijst met zijn rechterarm en wijsvinger omhoog.
Staalkaart
Verder bestaat het kerkhof uit een verzameling grafmonumenten die een staalboek vormt van de grafstijlen van eind negentiende eeuw tot heden. Aan de zuidkant van het kerkhof ligt een lange smalle strook met kindergraven. De teksten op de kleine stenen en kruizen zijn soms aangrijpend. Op het mededelingenbord hangt de aankondiging van de ruiming van een kindergrafje, tenzij de grafrechten à 22,50 euro worden voldaan. Misschien kan het kerkbestuur de rechten overnemen, zodat het grafje blijft bestaan.
Dat koninkrijk van u…
Bij het verlaten van het kerkhof lees ik het informatiebord en valt mijn oog opeens op de tekst ‘Graf Gerrit Rijpma (1926-1945). Bekend in de Nederlandse literatuur als Graf te Blauwhuis van de volksschrijver Gerard Reve.’ Als ik het gedicht lees, herken ik vooral de veel geciteerde laatste regels: Dat koninkrijk van u, weet u wel, wordt dat nog wat? Maar ook de regel Dag lieve jongen gaat door merg en been. Het verdriet over de dood van een kind, zo jong nog, zit gevat in deze drie eenvoudige woorden.
Gerrit Rijpma
Gerrit Rijpma. Foto Oorlogsgravenstichting
Reve woonde van 1964 tot 1971 in Greonterp, een dorp op korte afstand van Blauwhuis. Van zijn buurvrouw, Siuwke Hofmeijer-Rijpma, hoorde Reve het trieste verhaal van haar jonggestorven jongste broer. Het graf, voorzien van een innemend portret, trof hij aan op het kerkhof van de Sint-Vituskerk in Blauwhuis, waar hij ’s zondags de mis bezocht. En zo schreef hij het gedicht Graf te Blauwhuis, dat verscheen in het brievenboek Nader tot u.
Gerrit Rijpma was een jongen van nog maar achttien jaar toen hij in de Tweede Wereldoorlog niet meer kon ontkomen aan een razzia en vervolgens werd doodgeschoten door de Duitsers. Het graf is er niet meer. In 1983 werden de stoffelijke resten van Gerrit Rijpma overgebracht van het kerkhof van Blauwhuis naar het Nationaal Ereveld Loenen. Maar dit kerkhof is wel de plek waar Rijpma begraven lag. En alleen Gerard Reve kon de zinloosheid van een moord, zijn twijfel aan Gods belofte zo simpel én zo indringend verwoorden als in de woorden Dat koninkrijk van u, weet u wel, wordt dat nog wat?
Graf te Blauwhuis (voor buurvrouw H. te G.)
Gerard Reve op het kekrhof .Foto nadertotreve.nl
Hij rende weg, maar ontkwam niet,
En werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
Maar uit het bruin geëmailleerd portret
Kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.
Gij, die koning zijt, dit en dat, wat niet al,
Ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat koninkrijk van u, weet u wel, wordt dat nog wat?
Ik ging naar Blauwhuis voor een zoektocht naar de katholieke wortels van het dorp, maar het werd een reis naar een plek met een bijzondere betekenis. Voor een pelgrimage hoef je niet naar Santiago de Compostella, je kunt ook naar Blauwhuis.
Onherkenbaar. Zo’n 120 jaar geleden lag hier het Domineespad, nu is het de Zuiderkerkstraat in Koog aan de Zaan. De huidige Raadhuisstraat was nog gewoon de Dorpsstraat.
De tijd staat niet stil. Er wordt gebouwd en gesloopt, straten verdwijnen, nieuwe wijken verrijzen. Winkels gaan weg, bedrijven sluiten, groen maakt plaats voor nieuwbouw. De Zaanstreek is de afgelopen decennia sterk veranderd. De Orkaan brengt dat in beeld. Op één plek die in het verleden op de foto is gezet, maken we nu opnieuw ‘dezelfde’ foto. Zoek de verschillen…
De originele foto’s komen uit twee albums met oude Zaanse foto’s die Zaandammer Henk van Dalen op de kop tikte op een rommelmarkt. Bert Versteeg maakte de eigentijdse foto en zorgde ook voor de achtergrondinformatie. Vandaag: het Domineespad (nu Zuiderkerkstraat) in Koog aan de Zaan.
Domineespad (nu Zuiderkerkstraat), Koog a/d Zaan
Op de oude foto zien we de toenmalige Dorpsstraat, de tegenwoordige Raadhuisstraat, in noordelijke richting met links de toegang tot het Domineespad. Van de Raadhuisstraat was nog geen sprake omdat het voormalige raadhuis van Koog aan de Zaan in 1908 is gebouwd, de oude foto is ouder en zal rond 1900 zijn gemaakt. De wegsloot is tussen 1918 en 1925 gedempt.
Dit pad, tegenwoordig Zuiderkerkstraat, lag ten zuiden van de Kogerkerk en kreeg in 1694 een padreglement. Het is waarschijnlijk vernoemd naar de pastorie van de Kogerkerk die pal ten noorden van het pad stond.
In de Zaanstreek is in het verleden door de bewoners van vele paden een zogenoemde padgemeenschap gesticht met het oog op gezamenlijke belangen en plichten. Deze padgemeenschappen zijn er in veel gevallen toe overgegaan de gemaakte afspraken notarieel vast te leggen. Hiermee werden op een voor Holland unieke manier gedragsregels vastgelegd waaraan alle bewoners van het pad zich moesten houden. Vermoedelijk waren notariële bewonersovereenkomsten elders onbekend. Padreglementen zijn namelijk nergens buiten de Zaanstreek gevonden.
De Zuiderkerkstraat is tegenwoordig een straat die begint bij de Raadhuisstraat en doorloopt tot de Kruisstraat en halverwege wordt doorsneden door de Breestraat.
Op de hoek Raadhuisstraat/ Zuiderkerkstraat zien we het nog bestaande pand Zuiderkerkstraat 1, volgens het Kadaster in 1635 gebouwd, hoewel er op de gevel een bord hangt met daarop het jaartal 1627. Deze gevel is een stuk jonger dan de woning en dateert uit de 19e eeuw. Het huis was ooit van T. Goezinne die achter het huis een groentezaak bedreef. Ooit was het pand groter maar de toenmalige eigenaar heeft een zijvleugel aan de zuidkant gesloopt en op de ruimte die vrijkwam werd een woning gebouwd die bewoond zou gaan worden door de familie Zwart die aan de overkant een herenmodezaak had.
Aan de Zuiderkerkstraat ook de begraafplaats van Koog aan de Zaan. Dit kerkhof is aangelegd in 1645 en is dus ouder dan de in 1686 gebouwde kerk. Toen de kerk was gebouwd werd de begraafplaats uitgebreid en kon er ook in de kerk worden begraven. Het begraven in de kerk werd in 1829 verboden.
De begraafplaats is in de 18e eeuw uitgebreid en omstreeks 1824, nadat kerk was vergroot, heringericht. Het 1500 m2 grote kerkhof heeft 241 graven met in totaal 407 personen waaronder leden van de families Honig, Duyvis, Evert Smit en Stuurman maar ook de oprichter van Stuurman Cacao en orgelbouwer Dirk Andries Flentrop. Bijzonder is het graf van Hendrik Sweepe, die F 5000,- naliet aan de gemeente Koog aan de Zaan om zijn graf en dat van zijn vrouw en dochter te onderhouden.
Er wordt niet meer begraven en de begraafplaats is gesloten maar kan op verzoek bezocht worden. Op 19 februari 2021 werd de begraafplaats een gemeentelijk monument waar De Orkaan op 1 maart 2021 een artikel aan wijde.
Vrij bijzonder is ook het hofje aan de Zuiderkerkstraat (huisnummers 6 t/m 51) dat uit 30 voormalige arbeiderswoningen bestaat. Het hofje is gebouwd in 1913-1914 naar een ontwerp van de architecten W.G.J van de Koogh en P.N. Leguit in opdracht van de in 1910 opgerichte woningbouwvereniging De Woning.
In 1980 werd er grootschalig funderingsherstel uitgevoerd en in 2017 werd het hofje opnieuw ingericht waarbij o.a. het riool werd vervangen, nieuwe bestrating werd aangelegd en klassieke lantaarnpalen geplaatst. De woningen zijn nu eigendom van Parteon.