Begraafplaats Ter Navolging (Scheveningen) met op de achtergrond de toren van de Nieuwe Kerk (1893)
In al die jaren dat ik begraafplaatsen bezoek, was ik nog nooit op Ter Navolging in Scheveningen geweest. Op zaterdag 6 augustus 2022 is het er toch van gekomen.
Ter Navolging laat zich niet makkelijk vinden. Het toegangshek ligt verscholen tussen een gifgroen geschilderde brasserie en een grijs kantoorgebouw. Dan open je een tweede hek en kom je op een binnenterrein met de ommuurde begraafplaats. Dan loop je weer een hek binnen en sta je op een… kerkvloer.
Mr. Perrenot Het verhaal van Ter Navolging is bekend. Mr. Abraham Perrenot, domeinraad van de toenmalige prinsen van Oranje, nam het initiatief om in de Scheveningse duinen een begraafplaats aan te leggen. Hij deed dit om een voorbeeld te stellen om niet langer op onhygiënische wijze in kerken en steden te begraven. De eerste begrafenis op Ter Navolging was van een kind op 11 mei 1780. Al snel daarna raakten de vijftien kelders vol en in 1792 was de begraafplaats al uitgegroeid tot 72 kelders, nu 102 kelders.
Door de uitbreiding van Scheveningen door de jaren heen ligt Ter Navolging tegenwoordig niet meer afgelegen in de duinen, maar is omgeven door bebouwing. In 1976 dreigde de begraafplaats geruimd te worden, wat verhinderd werd doordat een plaatselijke uitvaartondernemer er een kindje liet begraven.
Ter navolging De ideeën van een buitenbegraafplaats – een begraafplaats buiten de bebouwde kom – sloeg aan. De begraafplaats kreeg al spoedig in Begraafplaats Het Heilige Kruis te Zwolle, Oud-Zuilen en Tiel (ook Ter Navolging geheten) navolging.
Thiérache, een vrij onbekende streek in de Franse Ardennen, is bekend om zijn versterkte kerkjes. Prachtige bouwwerken met de allure van een vesting. De kerken zijn versterkt met burchttorens, torens, wachttorens en schietgaten. Gebouwd in de woelige 16de en 17de eeuw om te schuilen tegen plunderaars en legeraanvallen.
Parfondeval – Temple protestant
Het is ook de streek waar het protestantisme wortel schoot. Het geloof werd rond 1525 door seizoenarbeiders naar deze streek in Noord-Frankrijk gebracht. In Meaux werd in 1545 de eerste gereformeerde kerk in Frankrijk gebouwd. Het bestaan van vele kleine protestantse begraafplaatsen getuigt van de vitaliteit van de protestantse gemeenschap.
Tempel Ook Parfondeval, een van de plus belles villages de France, heeft zijn versterkte kerk. Een prachtig exemplaar met een gerestaureerde zolderverdieping en een kleine expositie. Al wandelend oor het dorp kom je langs de Temple Protestante de Parfondeval (protestantse kerk) die in 1858 werd gebouwd door architect Jules Touchard uit Laon. Daarvoor kwamen de protestanten bijeen In het bakhuis van de bakker. Het kerkje heeft een sober interieur. Schuin tegenover het kerkje ligt de protestantse begraafplaats die nog steeds in gebruik is.
Parfondeval – Protestants kerkhof
Le cimetière protestant De protestanten begroeven hun doden in hun tuinen omdat zij niet als geloofsgemeenschap waren erkend. Na het Édit de Tolérance in 1787 kregen zij het recht om een eigen begraafplaats te stichten. De begraafplaats van Parfondeval bestaat uit een akker met eenvoudige grafstenen; op sommige prijken bijbelteksten. Vooral op het oude deel heeft het verval toegeslagen.
Aan de westkant van het dorp Nagele ligt in de omringende groengordel de kleine dorpsbegraafplaats. De begraafplaats is ontworpen door de eigenzinnige tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999). Ruys was van mening dat iedereen na de dood gelijk was. Een berceau, een loofgang, waar iedere overledene zijn laatste gang door maakt, symboliseert deze gelijkheid. De overledenen komt de begraafplaats binnen via de veertig meter lange groene tunnel. Aan het einde van deze tunnel gloort het licht: de hemelpoort.
Overzicht begraafplaats
In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed, tien jaar later viel de Noordoostpolder droog. Na de Tweede Wereldoorlog werd een begin gemaakt met de inrichting van de polder. Bij het ontwerp van de dorpen werd gekozen voor de traditionele Hollandse stijl van de Delftse School. De geachte was bewoners zo sneller konden aarden op het nieuwe land. Dorpsbrinken en huizen van rode baksteen en schuine daken en rode dakpannen bepaalden het aanzicht van de tien dorpen. Nagele, het elfde dorp, vormde qua architectuur een gedurfde uitzondering in de strak ingerichte Noordoostpolder.
Dorp Nagele
Nagele – ooit een eiland in de woelige Zuiderzee dat in de middeleeuwen in de golven verdween – moest 270 woningen, drie kerken, drie scholen, winkels, een dorpshuis, een sportzaal, horeca en een begraafplaats krijgen. Het dorp was een project van de architectengroepen De 8 en Opbouw waarin bekende architecten zoals Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck en tuinarchitect Mien Ruys samenwerkten. Licht, ruimte en leefbaarheid vormde het motto van deze modernisten.
Begraafplaats
Plattegrond begraafplaats met links van de berceau het katholieke deel en rechts het algemene deel
De begraafplaats in Nagele is als enige begraafplaats in de Noordoostpolder niet ontworpen door de Directie Wieringermeer maar door tuinarchitecte Mien Ruys. Zij had een voorkeur voor vierkanten, rechte lijnen en geometrische vormen. Als tegenhanger stelde Ruys een bonte, kleurige, losse en natuurlijke beplanting. In het programma van eisen stond voorgeschreven dat het rooms-katholieke deel en het algemene deel van de begraafplaats, respectievelijk een derde en twee derde van het totale oppervlak, gescheiden van elkaar moesten worden. Ruys was echter van mening dat iedereen na de dood gelijk was. Een berceau, een loofgang, waar iedere overledene zijn laatste gang door zou maken, moest deze gelijkheid symboliseren.
Berceau van Mien Ruys
De ‘Berceau van Mien Ruys’ is na meer dan vijftig jaar na dato alsnog door de inzet en volharding van vrijwilligers uit het dorp gerealiseerd. Op 10 juni 2010 vond de opening van de loofgang plaats door het onthullen van een gedenksteen met de tekst: “Samen zijn we overal”. Vanuit de berceau valt het oog op de door Piet van der Sar ontworpen klokkenstoel die in oktober 2017 geplaatst is. In de klokkenstoel hangt een luidklok die afkomstig is van begraafplaats De Wissel in Dronten. Even verderop staat op het rooms-katholieke deel van de begraafplaats een Keltisch kruis. Het kruis sierde tot de sluiting van de van de R.K. St. Isidoruskerk (tegenwoordig Museum Nagele) de klokkentoren.
In Nederland vind je zestien begraafplaatsen op (voormalige) psychiatrische instellingen. Beeldredacteur Herdenkingsmonumenten noemen nu de namen van de anonieme patiënten van toen. Soms raakte zelfs een hele begraafplaats uit het zicht, zoals blijkt uit het artikel van Henk Mulder over de geschiedenis van de R.K. Begraafplaats Het Groot Graffel in Warnsveld.
Wandeling in Zuidlaren Rond 1900 werden de psychiatrische ziekenhuizen buiten de steden gebouwd. Dat maakt hun begraafplaatsen nu goed voor een interessante wandeling en een bezoek aan een museum gewijd aan de ontwikkeling van de psychiatrie. Bartho Hendriksen beschrijft zo’n wandeling met museumbezoek op Dennenoord in Zuidlaren.
Bezoek een begraafplaats tijdens Open Monumentendag
Het laatste Weekend van de Begraafplaats vond plaats in 2021. Veel beheerders van (historische) begraafplaatsen en bezoekers kijken met plezier en weemoed terug op deze bijzondere dagen. Tijdens het weekend – eerder tijdens de Week – zetten begraafplaatsen hun poorten open en organiseerden tal van activiteiten. Deelname van begraafplaatsen aan Open Monumentendag was het alternatief voor het wegvallen van de Week.
Weekend van de Begraafplaats
Dit jaar is het thema van Open Monumentendag ‘Erfgoed van routes, netwerken en verbindingen’. Onder de slogan ‘Onderweg’ worden in het weekend van 14 en 15 september tal van activiteiten georganiseerd en zetten monumenten hun deuren open.
Meer dan honderd begraafplaatsen – 117 om precies te zijn (stand 26 augustus) – doen mee aan Open Monumentendag. Een mooi aantal. Je vindt alle deelnemende begraafplaatsen en hun activiteiten op de website van OM. Trek er weekend op uit en geniet van de rust, de ruimte, de architectuur, het ontwerp, het groen en de geschiedenis van de begraafplaatsen.
Aan de Provincialeweg N320 (Culemborg – Kesteren) ligt ter hoogte van Ommeren op het landgoed den Eng het Streekmuseum Baron van Brakell. De baron was een bijzonder man. Daarover waren zijn tijdgenoten het eens. Een militaire loopbaan lag voor de hand voor een man van zijn stand, maar een ‘ongemak aan den voet’ weerhield hem daarvan. Hij werd boer, of liever landbouwpionier.
Van Brakell (1768-1852) was niet alleen zijn tijd vooruit in het boerenbedrijf, maar ook in de omgang met zijn pachters. De baron en zijn vrouw bewoonden Huize Den Eng. Het huidige huis, schuin tegenover het museum, staat op de plek van het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste oorspronkelijke landhuis. Het echtpaar kreeg geen kinderen en liet al zijn geld na aan een fonds voor de behoeftigen in Meerten, een buurtschap ten zuiden van Lienden. Ook de bouw van het nieuwe museum werd uit de nalatenschap bekostigd.
Bruggetje naar het grafeiland
Grafeiland Geldersch Landschap en Kasteelen beheert het landgoed den Eng. Bij de receptie van het museum ligt een folder met een bomenlijst aan de hand waarvan je door het bosplantsoen, ook wel door Van Brakell de ‘wandeling’ genoemd, wandelt. In het bos stond op een heuveltje zijn kerkje. Na de dood van Van Brakell in 1865 raakte het kerkje in onbruik. In de vijver direct achter het museum ligt een eilandje, waar Van Brakell en zijn vrouw liggen begraven. Achter de vijver ligt nog een heuveltje, waar zijn paarden werden begraven.
‘Hieronder rusten / F.L.W. van Brakell / geb.8 april 1788 / ontslapen 11 augustus 1865 / en / A.F.C.J. van Brakell / geb. van Nijverheim / den 4 sept. 1804 / overleden 1 febr 1892’.
Jean-Jacques Rousseau Ongetwijfeld is de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) hun grote inspirator geweest. Rousseau werd op 4 juli 1778 begraven op het Île des Peupliers in Ermenonville (departement Oise), dat uitgroeide tot een bedevaartsoord voor zijn vele bewonderaars. Op 11 oktober 1794 werd zijn stoffelijk overschot verplaatst naar het Panthéon , waar ze bij de overblijfselen van Voltaire werden geplaatst.
De Betuwe zoals het was Het streekmuseum Baron van Brakell geeft een aardig beeld van het wonen en werken in de West-Betuwe in vroegere tijden. In de kelder staat een imposante collectie boerenwagens die vroeger in het Rivierengebied werden gebruikt. Met enkele handelingen konden deze wagens als waren het moderne MPV’s gebruikt worden voor het vervoer van graan, personen en soms voor begrafenissen. In de kelderruimte staan twee grote rouwkoetsen opgesteld.
Verscholen in de bossen rond Wolfheze ligt de locatie Wolfheze van Por Persona, een organisatie die zich richt op het bieden van geestelijke gezondheidszorg in Gelderland. Tegen de westgrens van het terrein verschuilt zich de begraafplaats waar patiënten, medewerkers en sinds 1993 ook dorpsbewoners worden begraven. De instellingsbegraafplaats heeft een oppervlakte van een hectare en telt ongeveer zevenhonderd graven.
De eerste bewoning van het gebied rond het huidige dorp Wolfheze dateert van 2000 v. Chr. De bewoners begroeven hun doden of plaatsten de asurnen in grafheuvels. In 1910 zijn zeven grafheuvels onderzocht, waarbij klokbekers, vuurstenen pijlpunten en een koperen dolk zijn gevonden. Deze bewoners hadden geen vaste verblijfplaats, ze trokken rond op zoek naar jachtgebieden. Pas rond 1000 na Chr. is er sprake van een dorp met kerk en enkele boerenhoeven. In de late middeleeuwen werd Laag- of Oud-Wolheeze, gelegen op ongeveer een kilometer ten zuiden van het huidige dorp, grotendeels verlaten. De Spanjaarden maakten in 1585 de restanten van het dorp met de grond gelijk. In 1845 werd station Wolfhezen aan de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Rond het station ontstond bebouwing.
In december 1905 koopt ‘De Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Geestes- en Zenuwzieken in Nederland’ (VCVGZ) 89 hectare grond ten zuidwesten van het station Wolfhezen (toen geschreven nog met een ‘n’ aan het einde) voor de bouw van haar vierde Krankzinnigengesticht in Nederland. Eerder opende de VCVGZ locaties in Ermelo (Veldwijk), Den Haag (Bloemendaal) en Zuidlaren (Dennenoord). Eind 1907 was de eerste bouwfase voltooid en werd het gesticht plechtig geopend. De stichting bepaalde (en bepaalt nog steeds) voor een groot deel het dagelijks leven in het dorp. Veel inwoners werken in het ‘gesticht’.
Aanleg begraafplaats In 1907 richtte de stichting een verzoek aan de gemeente Doorwerth – bijna het gehele terrein lag destijds in de toenmalige gemeente Doorwerth – om op het terrein een eigen begraafplaats te mogen inrichten. Op 4 december 1907 reageerde de gemeente positief op het verzoek. De begraafplaats werd een jaar later aangelegd en omheind met dennen. Op 14 maart 1908 overleed mevrouw W. Goosen (ingeschreven als patiënt nr. 125). Zij werd als eerste begraven op de begraafplaats. Slechts een eenvoudig betonnen paaltje met het nummer 1 markeert haar graf. En zo zou het nog tientallen jaren doorgaan, nummerpaaltjes op de graven van de doden. Alleen in het register werden hun namen genoteerd.
Nummerpaaltjes
Personeelsleden en dorpsbewoners Ook personeelsleden van de Stichting kregen vaak hun laatste rustplaats op het terrein. Wie op het terrein van het gesticht woonde en werkte, kon daar ook – zij het op een apart gedeelte van de begraafplaats – worden begraven. Zij kregen wel een grafsteen met hun naam en geboorte- en overlijdensdatum. In 1993 kreeg de begraafplaats een opknapbeurt waarbij het terrein werd uitgebreid. Sinds die tijd worden er naast bewoners en personeelsleden ook veel dorpsbewoners begraven.
Bombardement met 87 slachtoffers Het bombardement van de geallieerden op Wolfheze op zondagmorgen 17 september 1944 eiste vele doden, zowel onder de dorpsbewoners als onder patiënten en hun verzorgers. In de loop van de week na het bombardement groeide het aantal doden zelfs tot 87 (50 patiënten en 37 burgers/personeelsleden). Op vrijdag 22 september vond de begrafenis van de slechtoffers plaats, als het in de lucht eindelijk vrij rustig is. Zes burgers werden op verzoek van de nabestaanden elders begraven. Op 17 september 1946 (twee jaar na bombardement) werd, na een herdenkingsdienst in Gereformeerde Kerk, op het massagraf van personeel en burgers het monument onthuld. Pas later werden bij het massagraf van de patiëntn drie herdenkingsstenen geplaatst in een gemetselde entourage.
Monument medewerkersMonument patiënten
Verantwoording Bron: Wolfheze, www.wolfheze.nl. Bezoek aan de begraafplaats en museum 20-5-2018 en 5-11-2023