Pagina 2 van 6

Nagele: de doorgang naar de hemel

Algemene Begraafplaats, Nagele

De berceau van Ruys: de doorgang naar de hemel

Aan de westkant van het dorp Nagele ligt in de omringende groengordel de kleine dorpsbegraafplaats. De begraafplaats is ontworpen door tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999). Zij was van mening dat iedereen na de dood gelijk was. Een berceau, een loofgang, waar iedere overledene zijn laatste gang door maakt, symboliseert deze gelijkheid. Iedereen komt de begraafplaats binnen via de veertig meter lange groene tunnel. Aan het einde van deze tunnel gloort het licht: de hemelpoort.

In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed, tien jaar later viel de Noordoostpolder droog. Na de Tweede Wereldoorlog werd een begin gemaakt met de inrichting van de polder. Bij het ontwerp van de dorpen werd gekozen voor de traditionele Hollandse stijl van de Delftse School. De geachte was bewoners zo sneller konden aarden op het nieuwe land. Dorpsbrinken en huizen van rode baksteen en schuine daken en rode dakpannen bepaalden het aanzicht van de tien dorpen. Nagele, het elfde dorp, vormde qua architectuur een gedurfde uitzondering in de strak ingerichte Noordoostpolder.

Dorp Nagele
Nagele – ooit een eiland in de woelige Zuiderzee dat in de middeleeuwen in de golven verdween – moest 270 woningen, drie kerken, drie scholen, winkels, een dorpshuis, een sportzaal, horeca en een begraafplaats krijgen. Het dorp was een project van de architectengroepen De 8 en Opbouw waarin bekende architecten zoals Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck en tuinarchitect Mien Ruys samenwerkten. Licht, ruimte en leefbaarheid vormde het motto van deze modernisten.

Plattegrond begraafplaats met links van de berceau het katholieke deel en rechts het algemene deel

Begraafplaats
De begraafplaats in Nagele is als enige begraafplaats in de Noordoostpolder niet ontworpen door de Directie Wieringermeer maar door tuinarchitecte Mien Ruys. Zij had een voorkeur voor vierkanten, rechte lijnen en geometrische vormen. Als tegenhanger stelde Ruys een bonte, kleurige, losse en natuurlijke beplanting.
In het programma van eisen stond voorgeschreven dat het rooms-katholieke deel en het algemene deel van de begraafplaats, respectievelijk 1/3 en 2/3 van het totale oppervlak, gescheiden van elkaar moesten worden. Mien Ruys was echter van mening dat iedereen na de dood gelijk was. Een berceau, een loofgang, waar iedere overledene zijn laatste gang door zou maken, moest deze gelijkheid symboliseren.

Berceau van Mien Ruys
De ‘Berceau van Mien Ruys’ is na meer dan vijftig jaar na dato alsnog door de inzet en volharding van vrijwilligers uit het dorp gerealiseerd. Op 10 juni 2010 vond de opening van de loofgang plaats door het onthullen van een gedenksteen met de tekst: “Samen zijn we overal”. Vanuit de berceau valt het oog op de door Piet van der Sar ontworpen klokkenstoel die in oktober 2017 geplaatst is. In de klokkenstoel hangt een luidklok die afkomstig is van begraafplaats De Wissel in Dronten.
Het Keltische kruis op het rooms-katholieke deel van de begraafplaats stond tot de opheffing van de rooms-katholieke parochie in Nagele op de klokkentoren van de  R.K. St. Isidoruskerk (tegenwoordig Museum Nagele).

Ommeren: het grafeiland van baron van Brakell

Aan de Provincialeweg N320 (Culemborg – Kesteren) ligt ter hoogte van Ommeren op het landgoed den Eng het Streekmuseum Baron van Brakell. De baron was een bijzonder man. Daarover waren zijn tijdgenoten het eens. Een militaire loopbaan lag voor de hand voor een man van zijn stand, maar een ‘ongemak aan den voet’ weerhield hem daarvan. Hij werd boer, of liever landbouwpionier.

Bruggetje naar het romantische grafeiland

Van Brakell (1768-1852) was niet alleen zijn tijd vooruit in het boerenbedrijf, maar ook in de omgang met zijn pachters. De baron en zijn vrouw bewoonden Huize Den Eng. Het huidige huis, schuin tegenover het museum, staat op de plek van het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste oorspronkelijke landhuis.  Het echtpaar kreeg geen kinderen en liet al zijn geld na aan een fonds voor de behoeftigen in Meerten, een buurtschap ten zuiden van Lienden. Ook de bouw van het nieuwe museum werd uit de nalatenschap bekostigd.

Grafeiland
Geldersch Landschap en Kasteelen beheert het landgoed den Eng. Bij de receptie van het museum ligt een folder met een bomenlijst aan de hand waarvan je door het bosplantsoen, ook wel door Van Brakell de ‘wandeling’ genoemd, wandelt. In het bos stond op een heuveltje zijn kerkje. Na de dood van Van Brakell in 1865 raakte het kerkje in onbruik. In de vijver direct achter het museum ligt een eilandje, waar Van Brakell en zijn vrouw liggen begraven. Achter de vijver ligt nog een heuveltje, waar zijn paarden werden begraven.

‘Hieronder rusten  /  F.L.W. van Brakell / geb.8 april 1788 / ontslapen 11 augustus 1865 / en  / A.F.C.J. van Brakell / geb. van Nijverheim / den 4 sept. 1804 / overleden 1 febr 1892’.

Jean-Jacques Rousseau
Ongetwijfeld is de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) hun grote inspirator geweest. Rousseau  werd op 4 juli 1778 begraven op het Île des Peupliers in Ermenonville (departement Oise), dat uitgroeide tot een bedevaartsoord voor zijn vele bewonderaars. Op 11 oktober 1794 werd zijn stoffelijk overschot verplaatst naar het Panthéon , waar ze bij de overblijfselen van Voltaire werden geplaatst .

De Betuwe zoals het was
Het streekmuseum geeft een aardig beeld van het wonen en werken in de West-Betuwe in vroegere tijden. In de kelder staat een imposante collectie boerenwagens die vroeger in het Rivierengebied werden gebruikt. Met enkele handelingen konden deze wagens als waren het moderne MPV’s  gebruikt worden voor het vervoer van graan, personen en soms voor begrafenissen. In de kelderruimte staan twee grote rouwkoetsen opgesteld.

Stad Gods

Gisteren een bezoek gebracht aan de begraafplaats van het klooster Stad Gods op de Monnikenberg in Hilversum. In het klooster woonden en werkten de augustinessen van Sint Monica. In Hilversum stonden ze bekend als de ‘liftende zusters’ omdat ze getrouw aan hun belofte van armoede liftend door het land trokken. Later kwam ik de augustinessen nog tegen op de Oudegracht in Utrecht. Daar runden zij Meisjesstad, een opvanglocatie voor jonge meisjes die ongewenst zwanger waren geworden.

Op de kaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staat de Begraafplaats Klooster Stad Gods keurig aangegeven. De begraafplaats vinden is wat lastiger; het voormalige klooster – de zusters zijn verhuisd naar een nieuwe locatie op het terrein met de mooie naam Casella – wordt omgebouwd tot zorghotel. Een groot deel van het terrein is afgesloten voor bezoekers. Bij toeval vinden we de godsakker, fraai ingepast in het bos.

Veel is er niet bekend over de begraafplaats. Bij het toegangshek staat geen bordje met de naam van de begraafplaats. In 1946 namen de zusters hun intrek in de oorspronkelijke villa Monnikenberg. De begraafplaats dateert van 1956. In dat jaar werd de eerste zuster op deze plek begraven. Het hoofdpad eindigt bij het kleurrijke mozaïek op het grafmonument van pater Sebastianus van Nuenen, de oprichter van de orde en Augustina van Reijsen, de eerste overste van de congregatie. Het mozaïek werd gemaakt door de kunstenaar Harrie Sterk..

De zuster liggen in keurige rijen verspreid over de begraafplaats; de laatste begrafenis vond plaats op 1 augustus 2022.  Kleine tegels met de naam, geboorte-, professie- en overlijdensdatum en de vermelding OSA  (Ordo Sancti Augustini, augustijner kloosterorde) bedekken de graven. De avond valt en op de achtergrond hoor je het geruis van de A27. Op de kleine begraafplaats van de Stad Gods zijn de zusters gelukkig met elkaar.

Begraafplaatsen, musea onder de hemel

Veel begraafplaatsen zijn niet alleen plaatsen om de overblijfselen van overledenen te bewaren, maar zijn ook echte openluchtmusea geworden. We ontdekken er zeven die je goed zult doen om te bezoeken.

Aure Farran

 Bron: ara, https://www.ara.cat/estils/cementiris-museus-cel_130_4529617.html
Vertaling Google Translate

Een detail van een sculptuur van Josep Llimona op de begraafplaats van Arenys de Mar. CRISTINA CALDERER

BARCELONA
Gelijktijdig met de festiviteiten van Allerheiligen en Allerzielen is het op 1 en 2 november traditie om dierbaren te bezoeken op begraafplaatsen. Herdenkingsdagen waarop bloemen naar hen worden gebracht of hun graven en grafstenen worden verzorgd . Maar bezoeken aan begraafplaatsen, naast deze persoonlijke kwestie, zijn ook een heel cultureel fenomeen geworden, aangezien de begraafplaatsen van steden en dorpen verbazingwekkende verhalen en legendes, pantheons en monumentale graven verbergen die deel uitmaken van ons culturele erfgoed.

Rekening houdend met het belang van dit erfgoed, werd tussen 2019 en 2021 het Funerary Art-project ontwikkeld, dat werd gecoördineerd vanuit het vice-rectoraat voor erfgoed en culturele activiteiten van de Universiteit van Barcelona door de professoren van de afdeling geschiedenis van de ‘art José A. Ortiz en Ramon Dilla Martí, beide artsen in de kunstgeschiedenis, evenals door Dra. Maria Torras Freixa. 


Het doel was om een ​​reeks specialisten in archeologie, geschiedenis, kunst en antropologie samen te brengen, met wie een breed chronologisch beeld van het fenomeen van de dood en zijn belangrijkste erfgoed en artistieke getuigen in de stad Barcelona konden worden geboden. Zoals Ortiz en Dilla uitleggen, “wilden we burgers de mogelijkheid bieden om de begraafplaatsen van Barcelona opnieuw te bezoeken, niet alleen als ruimtes van de dood,

Lees verder

Financiering erfgoed op begraafplaatsen

Op 26 oktober vindt bij de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort weer een Platform Funerair Erfgoed plaats. Thema is dit keer de financiering van erfgoed op begraafplaatsen. Voor het eerst in lange tijd kunnen geïnteresseerden elkaar weer ontmoeten in Amersfoort. Uiteraard is er ook de mogelijkheid online mee te kijken.

Algemene Begraafplaats Geldermalsen

Dat instandhouding van cultureel erfgoed op begraafplaatsen geen gemakkelijke opgave is, zullen vele beheerders kunnen beamen. Toch slagen veel instandhoudingsprojecten erin om de instandhouding te financieren. Zonder subsidies is dat nauwelijks mogelijk, maar er zijn ook andere manieren om behoud te financieren. In drie presentaties krijgen we inzicht hoe de financiering kan verlopen en wat vanuit de overheid daar aan bijgedragen kan worden. Bij dat laatste wordt vooral gekeken naar de mogelijkheden van de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten (SIM).

Sprekers Evelien van der Hof (beleidsmedewerkers gemeente Terneuzen) over Behoud funerair erfgoed binnen de gemeente Terneuzen en Anita van Loon (directeur Uitvaartstichting Hilversum) over ‘Het leven teruggeven aan de Bosdrift’, belichten de financiering vanuit het perspectief van begraafplaatsen. Antoinette Le Coultre (senior adviseur RCE) zal spreken over Subsidiemogelijkheden voor cultureel erfgoed op begraafplaatsen. Zij zal ingaan op regelingen van het Rijk en de nieuwe mogelijkheden voor grafmonumenten in het kader van het groenonderhoud.

Voor het aanmelden van zowel live aanwezig zijn of het online te volgen: https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/agenda/2022/10/26/funerair-erfgoed

‘Niet genoemd, maar toch hadden zij een naam’.

Het Groot Graffel, Warnsveld

Op zoek naar begraafplaatsen bij psychiatrische instellingen, reis ik af naar Warnsveld in de Achterhoek. Op de kaart zie ik dat het terrein van de huidige instelling GGNet Groot Graffel grenst aan de Algemene  Begraafplaats Warnsveld. In de literatuur vind ik terug dat Groot Graffel een eigen ‘kerkhof’ moet hebben gehad. Is dit Vak D op de huidige begraafplaats of moet er nog een ‘kerkhofje’ zijn geweest? Tijd voor een bezoek.

Krankzinnigengesticht Zutphen [Psychiatrisch Ziekenhuis Groot Graffel te Warnsveld, datum onbekend. Foto Nationaal Archief

Groot Graffel was ooit een landgoed, verborgen in de bossen achter Warnsveld. In 1899 werd het landgoed door het Oude- en Nieuwe Gasthuis in Zutphen aangekocht om een buitengesticht voor krankzinnigenverpleging te stichten, Daarmee haakte het Gasthuis in op de trend eind negentiende eeuw om psychiatrische patiënten te verplegen buiten de stad. Het terrein bestond uit oorspronkelijk uit een woonhuis en een boerderij, maar breidde zich in de loop van de tijd tot een klein dorp.

Op 1 juli 1901 werden de eerste patiënten opgenomen. Het aantal patiënten steeg al snel uit tot boven de 175 en het aantal verzoeken tot plaatsing bleef groeien. Tot 1969 veranderde er binnen Het Groot Graffel niet heel veel. Patiënten verbleven op grote slaapzalen en hadden nauwelijks privacy. De zogenoemde bedverpleging was populair, vooral bij onrustige, lichamelijk zieke en epileptische patiënten.


Tweede Wereldoorlog

Vanaf januari 1943 kwamen steeds meer patiënten die verbleven in instellingen bij de kust  naar Het Groot Graffel. De Duitse bezetter vreesde voor een invasie van de geallieerden en hadden diverse gebouwen van psychiatrische instellingen aan de kust gevorderd voor hun eigen manschappen. Zo verbleven op het ‘hoogtepunt’ 1250 patiënten op het terrein terwijl er slechts 475 bedden beschikbaar waren. Aan het einde van de oorlog overleden bijna 200  patiënten ten gevolge van ondervoeding, ziekten als dysenterie en tyfus, slechte hygiënische omstandigheden en door rechtstreeks oorlogsgeweld. Ze werden anoniem begraven in Vak D op de begraafplaats van Groot Gaffel, nu een onderdeel van de Algemene Begraafplaats Warnsveld.

Gedenkpark Warnsveld

De Naald van Van der Ende

Op een vrijdag in september ligt het Gedenkpark Warnsveld – in de gemeente Zutphen heten de begraafplaatsen gedenkparken – er verlaten bij. De groenploeg is zojuist vertrokken. De grote parkeerplaats is op mijn auto na verlaten. Ik loop het oudste deel van de begraafplaats op. Dit gedeelte dateert uit 1829 en lag toen in een bosrijke omgeving. In de twintigste eeuw is het bos verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een grasveld.
Een deel van de oude graven is bewaard gebleven, zoals twee imposante grafkelders voor adellijke families. Een opmerkelijk monument, een vierhoekige zuil met obelisk en opgericht ‘door dankbare onderwijzers’,  herinnert aan het leven en werk van Adriaan van der Ende (1768-1846). Deze oud-predikant wijdde een groot deel van zijn leven aan de verbetering van het openbaar onderwijs. Op de obelisk staat het jaartal 1806 van de eerste onderwijswet. Hij overleed op 28 juli 1846 in huis Geessink aan de weg tussen Warnsveld en Lochem (eind 19de eeuw gesloopt), maar ligt niet onder het monument begraven. Waar dan wel, is onduidelijk.

Monument

Een bordje markeert vak D

Wat achteraf ligt een grasveld dat grenst aan het terrein van GGNet Groot Graffel. Door een hek zijn beide terreinen met elkaar verbonden. Op een bordje onder een berkenboom staat te lezen ‘Vak D’. In dit vak werden de bewoners van De Groot Graffel sinds 1902 begraven. In totaal liggen er naar schatting zeshonderd patiënten – anoniem en onder de groene zoden – begraven.

Het monument is opgericht ‘Ter herinnering aan alle psychiatrische patiënten die tijdens hun verblijf op Het Groot Graffel omkwamen als gevolg van de Tweede wereldoorlog. En aan alle patiënten die hier vanaf 1902 ongenoemd begraven liggen.’ Het bestaat uit een rechthoekige zuil van metaal met aan de voor- en achterzijde glazen plaquettes. Boven op de zuil staat een metalen sculptuur. Het beeld en de tekst zijn gemaakt door Hein Smeerdijk.

Tekst

De tekst op de plaquette aan de achterzijde luidt:

Monument vergeten patiënten

‘Toegedekt door aarde
Rusten zij, niet genoemd
Grassen en een enkele bloem
Geven slechts hun rustplaats aan,
Niet genoemd, maar toch hadden zij een naam.

Geen steen maar slechts grastapijt
Met bordje vak D
Is er voor hen ter herinnering,
Niet genoemd, maar toch hadden zij een naam.

Zo blijven zij in onze gedachten
Die aan onze zorg werden toevertrouwd,
Levend in hun eigen wereld
Die niet de onze was.
Dierbaar waren de momenten
Waarop gevoelens helder waren,
Niet genoemd, maar toch hadden zij een naam.

De steen spiegelt hun leven
Omringd door zorg.
Ruwe vlakken, grillige vormen
Van hun gemoedstoestand.
Gepolijste delen, puurheid
Van hun ziel.

Niet genoemd, maar toch hadden zij een naam.
De steen die ons even stil doet staan
Bij wie ze waren
Met naam.’


Het wordt laat en daarom moet ik de zoektocht naar een eventueel tweede ‘kerkhof’ op het terrein staken. Misschien dat een lezer mij verder kan helpen.

Bartho Hendriksen
30 september 2022


Op de website Post uit de Vergetelheid kun je meer lezen over de gebeurtenissen bij de verschillende psychiatrische instellingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bron: GGNet en bezoek aan begraafplaats.

Thiérache, het land van de protestanten

Versterkt kerkje van Parfondeval

Thiérache, een vrij onbekende streek in de Franse Ardennen, is bekend om zijn versterkte kerkjes. Prachtige bouwwerken met de allure van een vesting. De kerken zijn versterkt met burchttorens, torens, wachttorens en schietgaten. Gebouwd in de woelige 16de en 17de eeuw om te schuilen tegen plunderaars en legeraanvallen.

Het is ook de streek waar het protestantisme wortel schoot. Het geloof werd rond 1525 door seizoenarbeiders naar deze streek in Noord Frankrijk gebracht. In Meaux werd in 1545 de eerste gereformeerde kerk in Frankrijk gebouwd. Het bestaan van vele kleine protestantse begraafplaatsen getuigt van de vitaliteit van de protestantse gemeenschap.

Temple portestant

Tempel
Ook Parfondeval, een van de plus belles villages de France, heeft zijn versterkte kerk. Een prachtig exemplaar met een gerestaureerde zolderverdieping en een kleine expositie.
Al wandelend oor het dorp kom je langs de Temple Protestante de Parfondeval (protestantse kerk) die in 1858 werd gebouwd door architect Jules Touchard uit Laon. Daarvoor kwamen de protestanten bijeen In het bakhuis van de bakker. Het kerkje heeft een sober interieur. Schuin tegenover het kerkje ligt de protestantse begraafplaats die nog steeds in gebruik is.

Le cimetière protestant

De protestanten begroeven hun doden in hun tuinen omdat zij niet als geloofsgemeenschap waren erkend. Na het Édit de Tolérance in 1787 kregen zij het recht om een eigen begraafplaats te stichten. De begraafplaats van Parfondeval bestaat uit een akker met eenvoudige grafstenen; op sommige prijken bijbelteksten. Vooral op het oude deel heeft hef verval toegeslagen.

Ter Navolging Scheveningen

Begraafplaats Ter Navolging (Scheveningen) met op de achtergrond de toren van de Nieuwe Kerk (1893)

In al die jaren dat ik begraafplaatsen bezoek, was ik nog nooit op Ter Navolging in Scheveningen geweest. Op zaterdag 6 augustus is het er toch van gekomen.

Ter navolging laat zich niet makkelijk vinden. Het toegangshek ligt verscholen tussen een gifgroen geschilderde brasserie en een grijs kantoorgebouw. Dan open je een tweede hek en kom je op een binnenterrein met de ommuurde begraafplaats. Dan loop je weer een hek binnen en sta je op een… kerkvloer.

Mr. Perrenot

Het verhaal van Ter Navolging is bekend. Mr. Abraham Perrenot, domeinraad van de toenmalige prinsen van Oranje, nam het initiatief om in de Scheveningse duinen een begraafplaats aan te leggen. Hij deed dit om een voorbeeld te stellen om niet langer op onhygiënische wijze in kerken en steden te begraven. De eerste begrafenis op Ter Navolging was van een kind op 11 mei 1780. Al snel daarna raakten de vijftien kelders vol en in 1792 was de begraafplaats al uitgegroeid tot 72 kelders, nu 102 kelders.

Door de uitbreiding van Scheveningen door de jaren heen ligt Ter Navolging tegenwoordig niet meer afgelegen in de duinen, maar is omgeven door bebouwing. In 1976 dreigde de begraafplaats geruimd te worden, wat verhinderd werd doordat een plaatselijke uitvaartondernemer er een kindje liet begraven.

Ter navolging

Rest de vraag: heeft de begraafplaats Ter Navolging dan ook werkelijk navolging gekregen? Het antwoord is bevestigend. En snel ook: in 1779 al in Zwolle en in 1782 in Oud-Zuilen. In 1786 kreeg Ter Navolging zelfs letterlijk navolging met de begraafplaats in Tiel, die zelf ook Ter Navolging zou gaan heten.
Lees verder

Tromp, grondlegger van Woudsend Verzekeringen

Grafstenen familie Tromp bij Karmelkerk in Woudsend

Tegenover de Karmelkerk aan het Ald Tsjerkhof, in 1837 als Waterstaatkerk gebouwd, bevond zich destijds het kerkhof. In 1933 werd de begraafplaats geruimd en heringericht als een park. In 2007 werden bij graafwerkzaamheden onverwacht vier grafstenen gevonden. De stenen hoorden bij de graven van Age Hylkes Tromp (1794-1876), zijn vrouw Eelkje Wigles Visser, zijn dochter Cornelia en zuster. Tromp was de oprichter van de Onderlinge Brandwaarborgmaatschappij Ao 1816, later bekend geworden als Woudsend Verzekeringen.

De familie Tromp heeft een belangrijke rol gespeeld in het kerkelijke en sociale leven van Woudsend. Woudsend Verzekeringen (nu onderdeel van ASR) heeft werkgelegenheid geboden aan vele generaties Woudsenders.

Bronnen: bezoek 9 juni 2022 en informatiepaneel bij kerk

[caldera_form id=”CF61cb06d1b3a1a”]

Themanummer: Bomen

De Begraafplaats, juni 2022

Vallende bomen

Het risico op omwaaiende bomen wordt door de klimaatverandering alleen maar groter. Met voldoende controle en indien nodig het bijtijds inschakelen van een specialist, kan veel ellende worden voorkomen.

Gedenkbomen

Religiewetenschapper Melissa Schilderink analyseerde de ervaringen van negentig nabestaanden die een boom plantten voor een overleden dierbare. Wat kunnen beheerders, die overwegen een deel van hun begraafplaats om te vormen tot een zogenaamd gedenkpark of -bos, leren van dit onderzoek?

Unter der Linde

In Enschede, Delft en Pijnacker-Nootdorp hebben ze ervaring met herdenkingsbomen. Het is niet zozeer een verdienmodel, aldus de verantwoordelijke beheerders, als wel dat je het dienstenpakket zo divers mogelijk wilt maken. En de begraafplaats wordt er alleen maar groener door.

Bijzondere beuk

De rode beuk op de historische begraafplaats Groenesteeg in Leiden is een echte aandachtstrekker. De gemeente Leiden en de Stichting tot instandhouding van de begraafplaats Groenesteeg doen er alles aan om deze waardevolle boom zo lang mogelijk gezond te houden.

Bestellen: De Begraafplaats

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2024 Over de groene zoden

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑