Lijkenhuisje
‘Bij elke begraafplaats wordt uiterlijk binnen een jaar na het in werking treden dezer wet, een locaal ingerigt voor tijdelijke bewaring van overledenen aan eene besmettelijke ziekte. Bij verzuim wordt, zoo het eene algemeene begraafplaats is, door de zorg van Onzen Commissaris in de provincie, ten koste van de gemeente, en zoo het eene bijzondere begraafplaats is, door de zorg van burgemeester en wethouders, ten koste van hen aan wie die behoort, ten spoedigste zoodanig locaal ingerigt.’
Artikel 12, Wet VBZ
Deze ‘localen’ ingericht voor tijdelijke bewaring van overledenen aan een besmettelijke ziekte verschenen eind 19de eeuw op alle Nederlandse begraafplaatsen. De Wet tot Voorziening tegen Besmettelijke Ziekten uit 1872 verplichtte begraafplaatsen daartoe, om besmettelijke ziekten, zoals Aziatische cholera, typhus en febris typhoïdea, pokken (variolae en varioloïdes), roodvonk, diphtheritis (difterie) en mazelen, een halt toe te roepen. In een lijkenhuisje werden overledenen die gestorven waren aan een besmettelijke ziekte opgebaard. De wet trad in werking voor of ten laatste op 1 mei 1873.Hedendaagse functie
Hedendaagse functie
Nederland kent honderden lijkenhuisjes, van een eenvoudig ontwerp door de plaatselijke aannemer tot een meesterontwerp in gotische of andere bouwstijl. De lijkenhuisjes verloren hun functie en zijn nu in gebruik als opslagruimte, ontmoetingsruimte voor vrijwilligers, theehuis (Orthen, Den Bosch) of werden ingericht als columbarium. Veel lijkenhuisjes kregen een beschermde monumentale status (rijks- of gemeentemonument). Een aantal werd afgebroken en verdwenen van de begraafplaats. Helaas staan sommige lijkenhuisjes te verpieteren op begraafplaatsen.
Verwante begrippen:
Baarhuisje = knekelhuisje, lijkenhuisje, mortuarium, opslag voor baren
Dodenhuisje = dakvormige constructie, meestal van hout, dat in de lengterichting op een vers graf wordt geplaatst. Niet te verwarren met een baarhuisje of lijkenhuisje.
Metaheirhuisje = huis van reiniging. Het huisje mag niet verward worden met de in 1872 verplicht gestelde lijkenhuisjes of de oudere drenkelingenhuisjes.
Beenderhuisje = knekelhuisje. Klein gebouwtje voor het bewaren van knekels uit geruimde graven. In het verleden was het de gewoonte deze te bewaren in knekelhuisjes (Latijn: ossuarium). De knekels worden nu meestal begraven in een knekelput of verzamelgraf.