Over de groene zoden

Wandelen over begraafplaatsen

‘Mensen zijn geen compost’: uitvaartexpert fileert nieuwe uitvaarttrends

“Verandering in uitvaartgewoonten is mogelijk, maar moet niet gedreven worden door hype of commercie. De dood verdient meer respect dan dat.”

Bron: Uitvaartbranche.nl
Geplaatst: 24 januari 2026

In de zoektocht naar duurzamere uitvaartmogelijkheden duiken er steeds vaker alternatieve vormen van lijkbezorging op. Denk aan humaan composteren, cryomeren of resomeren. Toch klinken deze vernieuwende rituelen vooral aantrekkelijk op papier, stelt uitvaartdeskundige Willem van der Putten (juridisch expert bij Uitvaartbranche.nl en Uitvaart.nl). Volgens hem zijn veel van deze ideeën wettelijk onhaalbaar, medisch onverantwoord of simpelweg niet realistisch.

Van der Putten, specialist in lijkbezorgingsrecht en al decennialang juridisch adviseur binnen de uitvaartwereld, ziet het aantal creatieve suggesties toenemen. Dat komt volgens hem deels door een groeiende wens naar milieuvriendelijke uitvaarten, maar ook door marktpartijen die hopen in te spelen op nieuwe niches. “Sommige voorstellen lijken vooral bedoeld om media-aandacht te genereren, niet om echt uitgevoerd te worden,” vertelt Van der Putten in een interview in de Gelderlander.

Een van de meest besproken nieuwe vormen is ▷ humaan composteren: het lichaam van een overledene wordt omhuld met bladeren, stro en houtsnippers en zou zo volledig moeten vergaan tot vruchtbare compost. Maar volgens Van der Putten is dit een romantisch idee dat botst met de realiteit. “Compost wordt gemaakt van plantaardig materiaal. Een menselijk lichaam bevat dierlijk weefsel en breekt heel anders af. Bovendien brengt het risico’s op ziektes met zich mee,” waarschuwt hij. De Gezondheidsraad heeft deze vorm daarom als ongeschikt bestempeld.

Cryomeren

Ook cryomeren (het vriesdrogen van een lichaam om het daarna te verpulveren) krijgt van Van der Putten geen goedkeuring. Hij noemt het ‘een mooie theorie die nooit praktijk is geworden’. De techniek werd ooit bedacht in Zweden en kortstondig omarmd door commerciële partijen in Nederland, maar is nergens ter wereld toegepast. “Het was vooral een reclame-instrument van uitvaartorganisaties om aandacht te trekken, niet een serieuze optie.”

Resomeren wel kansrijk

Resomeren, ook wel watercrematie genoemd, is volgens hem wél een kansrijke ontwikkeling. Bij deze methode wordt het lichaam opgelost in een verwarmde vloeistof, waarna enkel botresten en een steriele vloeistof overblijven. Hoewel de techniek in andere landen al wordt toegepast, zo liet Desmond Tutu zich resomeren, is het in Nederland nog niet wettelijk toegestaan.

Er zijn echter nog flinke ethische vragen, benadrukt Van der Putten. “Wat doen we met het water dat overblijft? Dat kan mogelijk restmateriaal bevatten. En wat als dat uiteindelijk in het drinkwater belandt?” Daarnaast zijn er zorgen over de poedervormige botresten, die nog organisch materiaal bevatten. “Je moet voorkomen dat dit op ongepaste wijze in de natuur terechtkomt of door dieren wordt opgenomen.”

Momenteel zijn in Nederland alleen begraven, cremeren en het ter beschikking stellen van het lichaam aan de wetenschap toegestaan. Of resomeren daar binnenkort aan toegevoegd wordt, hangt af van de behandeling van een wetsvoorstel in de Tweede Kamer.

Van der Putten hoopt op zorgvuldigheid en nuchterheid. “Verandering in uitvaartgewoonten is mogelijk, maar moet niet gedreven worden door hype of commercie. De dood verdient meer respect dan dat.”

Genomineerden Gouden Terebinth 2026 bekend

De drie nominaties zijn uit 7 kandidaten geselecteerd. Ook al is het aantal kandidaten overzichtelijk, toch blijft de selectie moeilijk, omdat de kandidaten in soort en karakter veel van elkaar kunnen verschillen. De genomineerden zijn geselecteerd door een voorbereidende commissie. Het zijn, willekeurige volgorde: 1. Gemeente Den Helder; 2. Stichting Cultureel erfgoed begraafplaats Wieringermeer; 3. Stichting De Hof, Hilversum.

Gouden Terebinth 2026
Zaterdag 28 februari: 13.00 tot 16.30 uur in de aula van Uitvaartcentrum De Grote Haar, Haarweg 1a, 4205 NC Gorinchem

Terebinth excursie Den Helder 2011

Wandel eens over een begraafplaats

Begraafplaatsen worden vaak vergeten in reisgidsen. Zeker in Nederland. In een reisgids gaan de bewoners niet dood en als ze al dood gaan zwijgen de gidsen over de plaats waar ze worden begraven. Je vindt geen beschrijving van Begraafplaats en Crematorium Westerveld, hoewel het oude crematoriumgebouw niet onderdoet voor het Scheepvaarthuis in Amsterdam. Beide gebouwen zijn ontworpen door architecten uit de vermaarde Amsterdamse School. En de begraafplaats, mooi gelegen in het duinlandschap, kan wedijveren met menig stadspark.

Een wandeling over een begraafplaats is iets wat je in het buitenland doet, maar niet in Nederland. Veel mensen weten niet dat er in Nederland begraafplaatsen zijn die beslist niet onderdoen voor het beroemde Père Lachaise in Parijs of de imposante Magnificent Seven, de zeven monumentale 19de-eeuwse begraafplaatsen in Londen. Men kent begraafplaatsen alleen als een plek waar hun dierbaren een laatste rustplaats hebben gevonden. Een begraafplaats is daarnaast ook een plek voor rust, overpeinzing, cultuurhistorie en natuurbeleving.
Begraafplaatsen waren vroeger plekken waar je alleen kwam om de doden te herdenken. Hoge hekken en muren vormden ern barrière met de levende wereld. Vandaag de dag zetten begraafplaatsen hun poorten open en vinden bezoekers het niet raar om er te wandelen of deel te nemen aan een historische of natuurexcursie.

Romantische begraafplaatsen

Vanaf 1829 werd ter bevordering van de hygiëne het begraven in kerken door de overheid verboden. De nieuwe begraafplaatsen buiten de bebouwde kom werden ontworpen door bekende landschapsarchitecten, zoals Zocher jr, Springer en Roodbaard. Ze ontwierpen romantische tuinen in de Engelse landschapsstijl compleet met hoogteverschillen, kronkelende paden, waterpartijen en veel groen. Op de graven kwamen fraaie graftekens te staan. Ook op kleinere begraafplaatsen werden ter verfraaiing (treur)bomen, struiken en hagen geplant. Veel kerkhoven veranderden in groene oases.

Een aantal begraafplaatsen heeft de toenemende belangstelling onder het publiek goed opgepikt met een aantrekkelijke website en wandelingen. Ze delen plattegronden, informatie over rondleidingen en brochures over monumenten, geschiedenis en beheer. Je voelt je er welkom en wordt uitgenodigd om rond te wandelen. Je kunt genieten van de rust, flora en fauna, de grafmonumenten en hun symbolen. Een begraafplaats is ook een plek om na te denken over de vergankelijkheid van het leven.

De Nieuwe Ooster

Wie door de statige poort aan de Kruislaan in Amsterdam-Oost begraafplaats, crematorium en gedenkpark De Nieuwe Ooster betreedt, wordt verwelkomd door een vriendelijke portier. Tegenover de ingang staat de aula uit 1939 met een nieuwe aanbouw met crematorium. Ook de voormalige doodgraverswoning heeft een aanbouw gekregen waarin een café en het Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover te vinden zijn. In 1894 werd de Nieuwe Oosterbegraafplaats in de Watergraafsmeer, ver buiten het centrum van Amsterdam, aangelegd naar een ontwerp van de invloedrijke Nederlandse tuinarchitect Leonard Anthony Springer.

Tuin van Springer

Zijn ontwerp bestond uit een landschappelijk vormgegeven begraafplaats van 16 ha (nu 33 ha) groot. De sierlijke paden en grafvakken moesten de bezoeker het gevoel geven dat ze in een mooi park beland waren. Dit parkgevoel moest ook duidelijk tot uitdrukking komen door de beplanting van 1500 bomen, 300 coniferen en meer dan 22.000 struiken. Dankzij deze rijkdom aan bijzondere bomen heeft het park de status gekregen van arboretum. Je kunt over de begraafplaats ronddwalen en genieten van de rust en het groen en de graven van bekende Nederlanders en rasechte Amsterdammers bewonderen. En geen enkel moment heb je het gevoel dat je je te midden van de drukke stad bevindt.

Geschiedenisboek

Zo hebben veel plaatsen hun eigen monumentale begraafplaats of kerkhof.  In Utrecht ontwierp Zocher jr Soestbergen met de voor Europa unieke rotonde van grafkelders die bekend staat als de ‘Ring van Zocher’. Sint Petrus Banden in Den Haag bezit een fraaie arcade met 32 bogen uit 1832. Kleverlaan is Haarlems best bewaarde geheim. Het is, geheel in de 19de-eeuwse traditie, een park met kronkelende paden, weelderig groen, oeroude bomen, vijvers en andere waterpartijen. Het bekendste gebouw is het mausoleum, een voor Nederland uniek gebouw waar overledenen in worden bijgezet. In de dorpen zijn het de kerkhoven die het verhaal vertellen van de bewoners; je kunt aan de hand van de grafstenen, jaartallen en namen de geschiedenis van een stad of dorp lezen.

Praktische informatie
De Nieuwe Ooster, www.denieuweooster.nl
Museum Tot Zover, www.totzover.nlSt. Petrus Banden, http://begraafplaatsdenhaag.nl
Kleverlaan, www.haarlem.nl/begraafplaatsen

Begraven in Schouwen-Duiveland: Brijdorpe

Schouwen-Duiveland telde in het verleden heel wat meer dorpen dan de huidige zeventien. Ruim twintig dorpen zijn geheel verdwenen. Daar komen nog eens zes dorpen bij die sterk gekrompen zijn. De meeste dorpen gingen verloren door landverlies als gevolg van stormvloeden, maar ook door het moerneren, het opgraven van veen om zout te winnen.

Begraafplaats Brijdorpe. Foto Mary Kuiper

Ten zuidoosten van Scharendijke liggen de buurtschappen Brijdorpe aan de Ringdijk. Brijdorpe betekent ‘slijkerige grond’. De inwoners van Schouwen-Duiveland kennen het beter als ‘Briepe’. Het was een van de grootste terpen op Schouwen en werd voor het eerst vermeld in 1232. Graaf Floris V van Holland had het plan Brijdorpe te verheffen tot stad. Brijdorpe vormde ooit een afzonderlijk eiland.
De inundatie van Schouwen tijdens het beleg van Zierikzee (1575-1576) was de aanzet tot de neergang van het dorp. Na de droogmaking keerde slechts een deel van de bevolking terug. De kerk verviel tot een ruïne en werd in 1590 afgebroken. Het kerkhof, gelegen op een groene kerkheuvel (terp).
In veel dorpen werd in de 19de eeuw gekozen om een nieuwe begraafplaats buiten het dorp aan te leggen, in Brijdorpen bleef de begraafplaats tot in 1966 in gebruik.

De begraafplaats is 0,23 ha groot en er zijn 28 grafstenen zichtbaar – vijf staande, zestien liggende, zes paaltjes en één dubbelgraf. Sommige graven hebben een paaltje met enkel een nummer. Van een groot deel van de stenen is het opschrift door de begroeiing met kostmossen niet meer leesbaar.

Doorkijkje op de oude begraafplaats van Brjdorpe. Foto Zeeuwse Ankers.


Praktische informatie:
Begraafplaats Brijdorpe
Hoogenboomsweg
Brijdorpe
Topokaart

Begraven in Muiderberg: kerk aan zee

Op de top van de Kavelberg, de berg waarnaar Muiderberg  (‘Berg bij Muyden’) is genoemd, staat de middeleeuwse Kerk aan Zee. Met een hoogte van 5,3 meter is de Kavelberg het hoogste punt van het dorp. Landschappelijk gezien is de berg een uitloper van de Utrechtse Heuvelrug. De stuwwal strekt zich uit van de Kavelberg tot de Grebbeberg bij Rhenen.

Woeste Zuiderzee

Groen beheer

Rond de kerk ligt een kleine, sfeervolle begraafplaats. De laatste jaren is de begraafplaats omgetoverd van een kaal en zanderig terrein tot een weelderig hof vol met bomen, struiken en planten. In het voorjaar bloeien de stinsenplanten volop. Een rood geverfd hek geeft toegang tot de trap naar de kerk en het kerkhof. Aan de ‘zeekant’ ligt een lager gelegen terras dat bereikbaar is via een eigen hek maar aan de achterzijde van de kerk uitloopt op de eerste ring. Aannemelijk is dat de eerste begrafenissen rond 1690 hebben plaatsgevonden. Anno 2025 liggen er circa 160 graven. Tegen het muurtje tussen het lage en hoge terras staan grafstenen die na de ruiming van de graven bewaard zijn gebleven.

Graf van een Poolse zeeman

Aan de noordzijde van de kerk ligt een grafkelder die afgedekt is met een zware, gebroken zerk. Het verhaal gaat dat hier een Poolse officier begraven ligt. Op het in 1870 aangespoelde lijk werd geld en een testament gevonden. Het was zijn wens om in een grafkelder begraven te worden waarin ook andere drenkelingen begraven konden worden.  Op de zerk staat onder een  familiewapen een spreuk gebeiteld: Menschlievendheid wacht niet naar dwang noch word weerhouden door belang. 
Op ▷ Dodenakkers is een reconstructie van de speurtocht naar de eigenaar van het graf. Het graf is volgens het onderzoek niet het graf van een Poolse zeeman, maar van Antoni Grunelius, (1705-1782) , een telg uit een Luthers geslacht van predikanten, bankiers en handelaren.

Lees ook: ⊳ Het is herfst op het kerkhof aan zee


Praktische informatie
Begraafplaats Kerk aan Zee
Kerkpad 1
Muiderberg

Het is herfst                           

Kerk aan Zee
Luuk Donders is lid van de onderhoudsploeg van de Begraafplaats aan Zee in Muiderberg. Hij schrijft regelmatig columns voor de Nieuwsbrief van de Kerk aan Zee.

En dat is ook te zien op Kerkhof aan Zee. Bloemen raken uitgebloeid, zaden worden door wind, insecten en vogels verspreid. Het blad verdort en vele vaste planten sterven bovengronds af en hun wortels gaan in de ruststand.

Het blad valt op de bodem zowel uit de bomen als van de planten. Dit is een soort natuurlijke bescherming voor de wortels van die planten.  Het vormt als het ware een dekbed, vol voedingsstoffen en isolatie. Een schuilplek voor pieren, pissebedden, mieren en nog veel meer dieren. En dit alles tezamen een verrijking van de bodem.

Dat we het blad laten liggen is dus geen luiheid, maar een doelbewuste actie. We kunnen niet over de hele begraafplaats met compost strooien. Daar is het te groot en te duur voor. Het blad valt naar beneden, dus waarom laten we de natuur niet zelf het werk doen.

Als u het blad op het graf van uw dierbare wilt verwijderen, prima; maar laat het blad naast het graf rusten. Vorig jaar hebben we ook zo veel mogelijk laten liggen en met de hakselaar wat takken vermalen en het haksel uitgestrooid. Er is veel minder ongewenste wildgroei dan voorheen. De structuur van de bodem verbeterde. We houden wekelijks de paden bij.

Iedere vrijdagochtend onderhouden we met zo’n  5 à 6 man het kerkhof. De heren de Boer en Moerenhout hebben een heuse compostbak gemaakt achter het opslaghuisje. Dus we gaan nu ook actief composteren.
Kortom denk niet dat we niets doen, we begeleiden de natuur en daar waar het echt uit de klauwen dreigt te lopen, grijpen we in.

In principe zitten we zelf niet aan graven, dat doen de nabestaanden, maar als we een graf zien vol met jonge esdoorn’boompjes’, paardenbloemen of brandnetels, dan trekken we dat eruit. Of als planten de buurgraven gaan overwoekeren, snoeien we dat weg. En we snoeien bv de lavendel op de graven als we zien dat dit nog niet gedaan is.

We gaan ook deze herfst weer stinsenbollen inkopen. Het is nu de tijd om ze te planten. Het is ook de tijd om planten op het kerkhof of in uw tuin uit te dunnen. Gooi ze niet weg, maar geef ze een nieuwe bestemming; bijvoorbeeld rondom de kerk. We houden ons altijd aanbevolen voor vaste, meerjarige planten. Hoe voller de hof begroeid is, hoe beter het is voor de bodem. We kregen al diverse varens, vrouwenmantel, mansoor, sedum, lelietjes van dalen, wolfsmelk en schoenlappersplanten (enz.).

Tot slot
Vorige maand hebben voor ons onbekenden, alle kindergraven onder handen genomen, zonder dat daar toestemming voor was. Alles wat er groeide en bloeide is gestript. De graven waren ineens voorzien van lampjes, hondenbeeldjes en een enkele nieuw plantjes. Dit alles op geheel eigen initiatief en zonder medeweten van de nabestaanden. Dit gebeurde ook bij enkele andere graven en een urnkelder. Dit is een vorm van grafschennis (hoe goed bedoeld misschien ook).

Begraven in Ommerschans: bedelaarskolonie

“Eerst liepen wij tien minuten door heerlijke rogge en genaakten zoo het gesticht, dat een vrij aangenaam voorkomen heeft, zijnde met boomen hier en daar overschaduwd en op een oude Schans nog met grachten omringd, opgebouwd”, schreef de jurist Jacob van Lennep in 1823 over zijn bezoek aan de bedelaarskolonie in de Ommerschans. Op het eerste gezicht leek de landbouwkolonie aan de verwachtingen te voldoen: bedelaars en landlopers uit heel het land verdienden hier een eerlijke boterham door de wildernis te ontginnen en tot goudgele akkers om te vormen. Maar de schijn bedroog. Eenmaal binnen de muren van het gesticht troffen Van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp een bedroevende situatie aan vol honger, ziekte en onrecht.

De groene vestingwallen van de Ommerschans herinneren nauwelijks aan het drama dat zich hier twee eeuwen geleden voltrok. De begraafplaats is vrijwel het enige wat rest van de bedelaarskolonie Ommerschans. Onder de wortels van de bomen rusten mannen, vrouwen en kinderen, waarvan velen zonder naam en zonder steen zijn begraven. De begraafplaats vormt de enige tastbare herinnering aan de onvrije kolonie die tot mislukken was gedoemd.

Van schans tot strafkolonie

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd op de smalle zandrug door het plaatselijke moeras van een verdedigingsschans tussen 1623 en 1628 opgeworpen. De schans was bedoeld om de weg door het veen naar de noordelijke provincies te beschermen tegen de Spanjaarden. Later in de 17de eeuw nam de bisschop van Münster, bijgenaamd Bommen Berend, tot twee keer toe de Ommerschans in.

In 1819 werd het terrein in bruikleen gegeven aan de Maatschappij van Weldadigheid, een project van Johannes van den Bosch. De Maatschappij stichtte ‘vrije’ kolonies in onder andere Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. In de onvrije kolonie Ommerschans werden personen van ‘minder zedelijk en goed gedrag’ opgenomen: bedelaars, vagebonden, mensen die niet in staat waren een zelfstandig bestaan te leiden, vondelingen en weeskinderen. Op het terrein van de kolonie stonden naast het grote hoofdgebouw ook kerken, een school en een gevangenis. En er was zelfs een eigen begraafplaats met een lijkenhuisje.

De kolonie liep uiteindelijke tegen financiële problemen aan en werd in 1859 overgenomen door de regering. In 1870 werden de vrouwen en kinderen overgeplaatst naar Veenhuizen. Uiteindelijk werd de kolonie in 1890 definitief gesloten. Aan de rand van het gebied ging werd een opvoedingsgesticht voor ontspoorde jongens, dat de naam Veldzicht kreeg, gebouwd.

Begraafplaats

Nadat in 1821 de eerste bewoner in de kolonie overleed, werd op de oude verdedigingswal van de zuidelijke omgrachting een begraafplaats ingericht. In totaal zijn hier 5312 mensen begraven, waaronder 500 kinderen. De indeling van de begraafplaats is overzichtelijk: katholieken links (gewijde grond), protestanten rechts. De grafstenen vooraan zijn van personeelsleden van de straf- en bedelaarskolonie en hun familieleden. De kolonisten werden anoniem begraven in grote kuilen, zonder grafsteen of naam. De witte kruizen markeren de graven van de bewoners van de latere kliniek Veldzicht. De begraafplaats was oorspronkelijk een open terrein met langs de kant een rij grote eiken.

Achteraan ligt een grafzerk van de familie Moll. Petrus Moll was fabrieksbaas van het bedelaarsgesticht en lid van de katholieke kerk. Zijn vrouw en vier kinderen liggen hier ‘In afwachting des blijde herrijzenis’. Het grafschrift besluit met de woorden: ‘Dat zij rusten in vrede. Amen.’

Zientje Hoogenberg

Zientje Hoogenberg was de dertien jaar oude dochter van een pachter van een van de hoeven die bij de kolonie hoorde. Op 15 oktober 1889 werd zij door een van de bedelaars aangerand en met een mes om het leven gebracht. 

Achterstallig onderhoud

in 2007 startte op initiatief van Staatsbosbeheer en de vereniging De Ommerschans het onderhoud de begraafplaats ter hand genomen. De oorspronkelijke padenstructuur, werd hersteld, het lijkenhuisje en het grafmonument van de familie Moll hersteld. De begraafplaats werd afgesloten met een toegangshek. Op de pijlers staan links de tekst OMMER en rechts SCHANS. Een kleine brug verbindt de begraafplaats met het vroegere kolonieterrein. Het gerenoveerde lijkenhuisje doet nu dienst als overdekt informatieruimte.

Praktische informatie

 Ommerschans, Begraafplaats Maatschappij van Weldadigheid
Balkerweg 75
7739 PT Ommerschans
Kaart 

Begraven in Veenhuizen: Joodse begraafplaats

Op de handwijzer bij de kruising van de Kerklaan en Eikenlaan in Veenhuizen ontbreekt de verwijzing naar de Joodse begraafplaats. Een ‘hand’ wijst naar het Vierde Gesticht. Een hek met schrikdraad verspert het pad naar de begraafplaats, maar het laat zich gemakkelijk en zonder schrik openen.
Aan het einde van het pad ligt een klein open terrein met wat verspreide bomen. Een witgeverfd houten hek vormt de toegang. De omheining bestaat uit betonnen paaltjes die met elkaar verbonden zijn door ijzerdraad.

Veenhuizen - handwijzer
Handwijzer

Veenhuizen werd in 1823 gesticht als onvrije kolonie en was in eerste instantie opgezet om vierduizend wezen en kinderen op te vangen. In het land ontstond grote weerstand tegen het sturen van kinderen naar de koloniën, waardoor het niet lukte om de kolonie Veenhuizen vol te krijgen.

Eén van de gebouwen in Veenhuizen werd daarom heringericht om bedelaars op te vangen. Ook joodse kinderen en bedelaars werden naar Veenhuizen gestuurd. In 1839 kreeg Veenhuizen een eigen synagoge en godsdienstig leraar.

Rijkswerkinrichting

In 1859 werd de kolonie Veenhuizen door de overheid overgenomen van de Maatschappij van Weldadigheid. Veenhuizen werd vanaf 1875 omgevormd tot een Rijkswerkinstelling voor gevangenen en ‘verpleegden’, zoals de bedelaars en de landlopers. Werden genoemd. Ook werden er vanaf 1863 geen Joodse wezen meer naar Veenhuizen overgebracht. Rond 1850 maakten ca. 276 Joodse mensen deel uit van de kolonie; tien jaar later waren dit er nog maar 64. Vanaf 1890 stuurde de Nederlandse staat geen Joodse mensen meer naar Veenhuizen; ze werden naar de Rijkswerkinstelling in Hoorn gestuurd. In dat jaar wordt de Joodse gemeente in Veenhuizen opgeheven.

Vierde Gesticht

In 1825 werden de hervormde en de rooms-katholieke kerk in Veenhuizen in gebruik genomen, Rond beide kerken werden kerkhoven aangelegd. Al snel bleken deze kerkhoven ongeschikt vanwege de te hoge grondwaterstand. Daarom werd in 1830 hoger gelegen perceel buiten het dorp de algemene begraafplaats aangelegd, later bekend als het Vierde Gesticht. Op de algemene begraafplaats was geen specifieke plek aangewezen voor joodse mensen. Dat wijst erop dat ze een andere plek hadden om hun doden te begraven. Naar alle waarschijnlijkheid werden de Joodse overledenen vanaf de oprichting van de kolonie begraven op de Joodse begraafplaats.

Joodse begraafplaats

Op het eerste gezicht lijkt de Joodse begraafplaats te bestaan uit een veld met enkele bomen en met slechts één grafsteen. In de begraafregisters zijn de namen van dertien Joodse mensen  te vinden. Het aantal van 13 is onvolledig; het aantal wordt door archiefonderzoek geschat op 280.
Op 27 april 1893 besloot Gedeputeerde Staten van Drenthe dat “indien de begraafplaats nog niet gesloten is, dit alsnog dient te gebeuren”. Vanuit de Joodse traditie van eeuwige grafrust kan een Joodse begraafplaats niet gesloten worden verklaard. Zolang er ruimte is, kan een Joodse begraafplaats gebruikt worden. In 1943 zijn nog twee overledenen begraven.

Eenzame stèle

Veenhuizen - stele op de joodse begraafplaats
Eenzame stèle op de Joodse begraafplaats

Op de begraafplaats staat een grijze staande grafsteen (stèle) vervaardigd uit Belgisch hardsteen. De bovenkant van de steen is halfrond. Op de grafsteen is een gekruiste palm- en eikentak als symbool aanwezig. De palmtak verwijst naar het paradijs, de eikentak staat symbool voor het eeuwige leven. Waar de takken elkaar kruisen, is een strik afgebeeld. Onderaan de grafsteen staat in sierlijk schrift de naam van de steenhouwer gebeiteld: G. Stuvel.

Landschapsbeheer Drenthe heeft in 2024 herstelwerkzaamheden op de begraafplaats uitgevoerd. Het grafveld is weer vrijgesteld van bomen, de beukenhaag is in ere hersteld, het toegangshek vervangen en de padenstructuur heraangelegd.

Grafsteen Jetta Jacoba Nieuwied Joodse begraafplaats Veenhuizen
Grafsteen Jetta Jacoba Nieuwied

Hier is
Het graf van een dierbare, flinke vrouw (Spreuken 31:10)
De echtgenote van de weledele heer Itsik Nieuwied*

Zij werd met grote eer begraven de tweede Dag van Rosj Hasjana** 5623 TNSBH***

De Nederlandse tekst luidt:
Jetta Jacoba Nieuwied
Geboren Bargebuhr
Overleden 23 september 1862

*= Het graf van Izak (Isik) Nieuwied bevindt zich op Joodse begraafplaats in Assen.
**=Joods Nieuwjaar
***=De letters TNSBH  staan voor de afkorting van vijf Hebreeuwse woorden die in het Nederlands betekenen: Moge haar ziel gebonden zijn in de bundel der levenden’

Praktische informatie

Joodse begraafplaats Veenhuizen
Kerklaan (einde  doodlopende weg). De toegangsweg is afgesloten met een hek en schrikdraad.

Joodse begraafplaats Veenhuizen, Een cultuurhistorische analyse
Bezoek begraafplaats 15-08-2025

Begraven in Heerde: Buys Ballot en Engelmanskamp

De Wet van Buys Ballot

Vanaf de parkeerplaats aan de Elburgerweg is het een korte wandeling (volg de blauwe paaltjes) naar het  graf van Cornelis Sebastiaan Buys Ballot. Hij was de zoon van meteoroloog Christophorus Henricus Didericus Buis (Buys) Ballot (1817-1890).

Graf Buys Ballot op begraafplaats Soestbergen in Utrecht. Foto onlinebegraafplaatsen.nl

Als oprichter van het KNMI in De Bilt heeft C,H.D. Buys Ballot in 1854 een belangrijke basis gelegd voor de mogelijkheden om het weer te voorspellen. In 1852 werd hij eigenaar van de landgoederen Welna en De Dellen in de buurt bij Heerde en Epe. Hier kon hij zich in alle rust wijden aan de wetenschap. Zijn onderzoeken bekostigde hij met het geld dat hij verdiende aan de bosbouw. wind en luchtdruk. Hij werd begraven op de Eerste Algemene Begraafplaats Soestbergen in Utrecht

Na het overlijden van Buys Ballot zette zijn zoon, Cornelis Sebastiaan (1850-1928), de bosbouwactiviteiten voort. Cornelis Sebastiaan overleed in 1928. Hij werd bijgezet in de grafkelder op het terrein van De Dellen. Zijn grafsteen is tot vandaag de dag vrij te bezoeken. 

Graf Cornelis Sebastiaan Buys Ballot op landgoed De Dellen. Foto onlinebegraafplaatsen.nl

Engelmanskamp

Aan dezelfde Elburgerweg wijst niet ver voor het viaduct over de A28 een bescheiden bordje naar de Begraafplaats Engelmanskamp. Een lange oprijlaan eindigt bij het parkeerterrein bij de ingang van de begraafplaats. Over de  aanleg en de geschiedenis van de Engelmanskamp is weinig terug te vinden. De aanleg vond plaats in 1972.

De begraafplaats ligt aan de rand van natuurgebied de Renderklippen, een groot natuurgebied dat bestaat uit met heide begroeide stuwwallen op de Veluwe tussen Heerde en Epe. De natuur zet zich voort op de begraafplaats die oogt als een bosgebied met zandpaden tussen de loof- en naaldbomen.

Heerde kent nog twee algemene begraafplaatsen: de Oude Algemene Begraafplaats (1850, gesloten) aan de Kamperweg en de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Meester Nijhoffstraat.

Begraven in Wehe-Den Hoorn: R.K. begraafplaats

Binnen het dubbeldorp Wehe-Den Hoorn was Den Hoorn een katholieke enclave in  het overwegend protestantse Hogeland. In 1730 kreeg Den Hoorn een schuilkerk, die in 1754 en 1803 vervangen moest worden door een grotere. In 1927 werd de huidige kerk gebouwd. De Sint-Bonifatiuskerk werd in 1926 ontworpen door vader en zoon Joseph Cuypers en Pierre Cuypers jr. in een expressionistische stijl. De kerk beschikte al sinds 1840 over een eigen begraafplaats.

Een gietijzeren hek aan de Warfhuisterweg geeft toegang tot de begraafplaats van R.K. Sint Bonifatiuskerk. In 1837 kocht pastoor Pierik dit terrein gelegen tussen de weg en het hofje waar zeer waarschijnlijk de eerste twee kerken uit 1730 en 1754 stonden. In 1840 werd in overleg met de gemeente de begraafplaats aangelegd onder voorwaarde dat een kwart gedeelte bestemd was voor protestante inwoners van het dorp. Eerst werden ook de overleden katholieken uit Kloosterburen hier begraven, maar dit dorp kreeg later een eigen begraafplaats. In 1873 is de begraafplaats heringericht en kreeg deze zijn huidige vorm.

RK Begraafplaats Wehe-Den Hoorn

De begraafplaats is eenvoudig van opzet. Aan het einde van het hoofdpad staat een calvariekapel (bouwjaar 1873) met aan de achterkant een aangebouwd baarhuisje. Dit baarhuisje werd in gebruik genomen als tijdelijke bewaarplaats voor overledenen tot aan de begrafenis. De calvariekapel annex baarhuisje werd gebouwd in de voor de architect A. Tepe kenmerkende sobere Nederrijnse baksteengotiek van de 14de en 15de eeuw. De kapel is geheel in baksteen uitgevoerd en heeft een T-vormige plattegrond voorzien van drie pinakels met een zadeldakje.

Calvarie

Tegen de achterwand staat de kruisiging, bestaand uit drie beelden die de gekruisigde Christus met links de moeder Maria en rechts de apostel Johannes voorstellen. Onderaan het kruis bevinden zich neergaande wortels die het leven symboliseren. De calvariegroep staat op een tombe die het graf na de kruisafname voorstelt. Aan de oostkant van het gebouwtje bevindt zich een dichtgemetselde deur; aan de westzijde de ingang tot het baarhuisje. Rechts van de calvariekapel ligt het graf van pastoor W. H. Veling Smale – hij was van 1871 tot 1918 pastoor Op Den Hoorn – en van zijn broer Cornelius Smale.

‘Hier rusten twee eerwaarde broeders. Cornelis Smale, pastoor te Heino, geb. te Zwolle 16 aug 1824, overl. te Den Hoorn 13 juni 1909. Willem Hendrik Veling Smale, pastoor te Den Hoorn geb. te Zwolle 13 sept. 1821, overl. te Groningen 19 juli 1918.

‘Gelijk zij gedurende een leven door geboorte, geloof en liefde verenigd, mogen zij hier en daar boven nimmer gescheiden worden’, staat er te lezen.
Deze beide pastoors waren oorspronkelijke in de derde kerk bij de Hoornstertil aan de Mernaweg begraven. Bij de afbraak van de deze kerk in 1927 werden zij herbegraven op ‘het kerkhof.

De talrijke 19de-eeuwse grafmonumenten op de begraafplaats zijn in verticale kruisvorm of hebben een kruis in de top. Het oudste graf bevindt zich in de noordoosthoek van de begraafplaats Dit is van Arnoldus J. Paping, bouwheer van de derde kerk en pastoor Op Den Hoorn 1803-1823. Dit graf is versierd met vanitas- symbolen – afbeeldingen van schedels en andere symbolen van dood en vergankelijkheid – in hoogreliëf.

Praktische informatie
R.K. Begraafplaats
Warfhuisterweg 10A
Wehe-Den Hoorn

Bron:
Bezoek begraafplaats 13-04-2024
Archief Sint Bonifatiuskerk

« Oudere berichten

© 2026 Over de groene zoden

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑