De begraafplaats aan de Badlaan staat onder Muiderbergers bekend als Familiebegraafplaats of Lutherse Kerkhof. Eind 18de eeuw is het niet langer vanzelfsprekend dat iedere Amsterdammer een graf in een kerk krijgt. De graven in de kerk verspreiden een ondraaglijke stank. Uit hygiënische overwegingen kiezen welgestelde stadsbewoners om zich te laten begraven buiten de stad. Zo opent in 1791 de Amsterdammer George Henri Aman de begraafplaats Rustoord bij Diemen. Een jaar later liet Tobias Kanth zich begraven in Muiderberg.
Een ‘begraafplaats voor lijken’

In 1790 koopt Tobias Kanth, een meester-zadelmaker in de Reguliersbreestraat, een stuk ‘koren land’ met een houtbosje op de Oosteng van Muiderberg. Een jaar later vraagt Kanth toestemming aan de baljuw van Gooiland en het gerecht van Muiderberg om op dit stukje land een ‘begraafplaats voor lijken’ te mogen inrichten. In 1782 krijgt hij hiervoor de benodigde toestemming. De begraafplaats is via de Muider- en Naardertrekvaart vanuit Amsterdam gemakkelijk per schuit bereikbaar. De begraafplaats is aanvankelijk alleen bestemd voor leden van de lutherse familie Kanth, maar later worden er ook andere Amsterdamse lutheranen begraven.
Tobias Kanth wordt er op 9 juni 1797 begraven. Op het oude deel van de begraafplaats bevindt zich een liggende zerk (B237) met daarop alleen de naam Tobias . Misschien ligt hier de stichter van de begraafplaats, maar het kan ook zijn dat zijn graf indertijd is geruimd.

Van Familie- tot gemeentelijke begraafplaats
In 1808 wordt door de erven van Tobias Kanth de helft van het Lutherse Kerkhof verkocht aan Hendrik Holst, van beroep grafdelver en woonachtig in Amsterdam. Deze breidt de begraafplaats uit door de aankoop van twee stukken land en een bosperceel. In 1817 komt de begraafplaats geheel in zijn handen.
In de jaren daarna komt de begraafplaats door vererving en verkoop in handen van verschillende eigenaren. De begraafplaats wordt in 1879 voortgezet door de Naamloze Vennootschap ‘Maatschappij tot Exploitatie van de Familiebegraafplaats Muiderberg’.
Na de Tweede Wereldoorlog wordt het steeds moeilijker voor de NV goed onderhoud aan de begraafplaats te plegen. De toenmalige gemeente Muiden (thans Gooise Meren), waartoe Muiderberg behoort, neemt in 1956 voor het symbolische bedrag van één gulden de begraafplaats over. De gemeente verplicht zich zorg te dragen voor het ‘keurig onderhouden’ van de begraafplaats en de bestaande rechten van de grafeigenaren te eerbiedigen.
Wandeling over de begraafplaats

De rustieke Badlaan loopt van de Brink, het hart van het dorp, naar het badstrand aan het de toenmalige woelige Zuiderzee. Een houten, wit geschilderd hekwerk met entreehek markeert de toegang van de begraafplaats. Aan beide kanten van het toegangshek staat een stenen zuil met op de linker het woord ‘FAMILIE’ en op de rechter ‘BEGRAAFPLAATS’. In de rechter zuil is een nauwelijks zichtbare steen gemetseld met de nog net leesbare tekst: ‘Men verzoeke aan den bewaarder om toegang’.

De voormalige beheerderswoning met veranda was tot voor kort in gebruik als aula van een uitvaartonderneming. De oude dorpspomp heeft een nieuwe plek gevonden op het voorterrein. Vanaf de entree loopt een lange laan met geknotte lindes naar het hogere, achterste deel van de begraafplaats (vak B) waar zich verschillende grafkelders bevinden. Het lagere deel was eerst een park met een rozentuin (vak A). Na 1956 is er aan de rechterkant (zuidkant, vak C en D) een kleine uitbreiding geweest.
Bekende Amsterdamse en lokale namen
In de begraafregisters staan tal van bekende namen uit de Amsterdamse zaken- en politieke wereld vermeld. Zo is op de begraafplaats een graf te vinden van grootgrondbezitter en oprichter van de buskruitfabriek De Krijgsman in Muiden, Johannes Jacob Bredius (B5, 1808-1894). Verder zijn bekende letterkundigen als Justus van Maurik (B125, 1846-1904), Jan Frederik Helmers (B301, 1767-1813) en de componist Gustav Ferdinand Heinze (B31/32, 1837-1929) er begraven. Uit de politiek vind je het graf van Ferdinand Jacob Domela Nieuwenhuis (B207, 1808-1869) de vader van de socialistische voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Ús Ferlosser..
Familie Groen van Waarder

Het familiegraf (K-III) wordt opgericht in 1882 in opdracht van de familie Groen van Waarder. In de voet van het monument staat de naam de steenhouwer D. Weegewijs. Het monument, gelegen aan het hoofdpad, is opvallend aanwezig op de begraafplaats en wordt geflankeerd door bomen. De laatste bijzetting vond blijkens de opschriften plaats in 1969.
In de grafkelder liggen zestien leden van de familie Groen van Waarder. Waaronder François Groen van Waarder (1814–1882), een Nederlandse scheepsbouwer uit Amsterdam. En zijn zoon, Herman Fréderic Groen (1846-1904), die het bedrijf na de dood van François voortzette.
Het monument is uitgevoerd in hardsteen en wit marmer. De sokkelplaat bevat diverse symbolen van de dood, zoals gekruiste palmbladeren (overwinning op de dood), zandloper (vergankelijke tijd), vlinder (onsterfelijke ziel) en zeis (onverbiddelijke dood).
De hardstenen opbouw bestaat uit basement, sokkelplaat, stam met een witmarmeren tekstplaat op alle vier zijden en een bekroning met een gesluierde urn. Het basement vermeldt de familienamen: ‘GROEN’ op het zuiden en ‘VAN STOCKUM’ op het westen. De omrastering bestaat uit twaalf hardstenen palen met kettingen daartussen. Twee grote witte honden houden de wacht.
De begraafplaats is niet alleen een historische plek voor overledenen, maar ook een toevluchtsoord voor bijzondere vleermuizen. Een van de meest opvallende vondsten was een groep rosse vleermuizen en een grotere groep watervleermuizen.
Praktische informatie

Algemene Begraafplaats (Familiebegraafplaats/Lutherse Kerkhof)
Badlaan 26a
1399 GN Muiderberg