Op een grotere begraafplaats vind je naast grafmonumenten ook verschillende gebouwen, zoals een toegangspoort met poortgebouw, kantoor, aula, wachthuisje, kapel, lijkenhuisje. Rond de begraafplaats is vaak ene muur opgetrokken. Daarnaast staan er columbaria en grafnissen (bovengrondse graven). Op sommige begraafplaats staat ook een crematorium met een of meer dienstgebouwen.

De meeste gebouwen dateren uit de periode waarin de begraafplaats werd aangelegd. Later zijn deze gebouwen uitgebreid, gemoderniseerd of hebben een andere functie gekregen. Ook worden er nieuwe gebouwen neergezet., soms in de oorspronkelijke bouwstijl, soms in een afwijkende moderne stijl.

Baarhuisjes

Het ‘blauwe’ baarhuisje op het kerkhof van Blauwhuis, nu in gebruik als opslagruimte

Een baarhuisje is een klein gebouw of ruimte op een begraafplaats waar doden werden opgebaard, waarvan de dood nog niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Begraven mocht pas na 36 uur, omdat de ervaring leerde dat de dood daarna zeker was ingetreden. Hier werden ook de baren opgeslagen en de functie werd, vooral na 1872, vaak gecombineerd met een lijkenhuisje.

Lijkenhuis

Een lijkenhuisje is een gebouw waar, in afwachting van de begrafenis, de lijken werden gelegd van mensen die aan een besmettelijke ziekte waren overleden. Door deze gescheiden te houden van de levenden werd de kans op besmetting geminimaliseerd. In de Wet op de Besmettelijke Ziekten van 1872 werd vastgelegd dat elke begraafplaats zo’n huisje moest hebben.

Dodenhuisje

Een dodenhuisje is een huisje van (metalen of houten) spijlen, dat over een vers gedolven en weer met zand bedekt graf staat, waarop de bloemen worden gehangen, ter afwachting van de afwerking van het graf. Niet te verwarren met een baarhuisje, lijkenhuisje of knekelhuisje.