Categorie: wandelen over begraafplaatsen (Pagina 1 van 6)

Kerkhof Koog aan de Zaan

Uit: De Orkaan, maandag 19 februari 2024

Onherkenbaar. Zo’n 120 jaar geleden lag hier het Domineespad, nu is het de Zuiderkerkstraat in Koog aan de Zaan. De huidige Raadhuisstraat was nog gewoon de Dorpsstraat.

De tijd staat niet stil. Er wordt gebouwd en gesloopt, straten verdwijnen, nieuwe wijken verrijzen. Winkels gaan weg, bedrijven sluiten, groen maakt plaats voor nieuwbouw. De Zaanstreek is de afgelopen decennia sterk veranderd. De Orkaan brengt dat in beeld. Op één plek die in het verleden op de foto is gezet, maken we nu opnieuw ‘dezelfde’ foto. Zoek de verschillen…

De originele foto’s komen uit twee albums met oude Zaanse foto’s die Zaandammer Henk van Dalen op de kop tikte op een rommelmarkt. Bert Versteeg maakte de eigentijdse foto en zorgde ook voor de achtergrondinformatie. Vandaag: het Domineespad (nu Zuiderkerkstraat) in Koog aan de Zaan.

Domineespad (nu Zuiderkerkstraat), Koog a/d Zaan

Op de oude foto zien we de toenmalige Dorpsstraat, de tegenwoordige Raadhuisstraat, in noordelijke richting met links de toegang tot het Domineespad. Van de Raadhuisstraat was nog geen sprake omdat het voormalige raadhuis van Koog aan de Zaan in 1908 is gebouwd, de oude foto is ouder en zal rond 1900 zijn gemaakt. De wegsloot is tussen 1918 en 1925 gedempt.

Dit pad, tegenwoordig Zuiderkerkstraat, lag ten zuiden van de Kogerkerk en kreeg in 1694 een padreglement. Het is waarschijnlijk vernoemd naar de pastorie van de Kogerkerk die pal ten noorden van het pad stond.

In de Zaanstreek is in het verleden door de bewoners van vele paden een zogenoemde padgemeenschap gesticht met het oog op gezamenlijke belangen en plichten. Deze padgemeenschappen zijn er in veel gevallen toe overgegaan de gemaakte afspraken notarieel vast te leggen. Hiermee werden op een voor Holland unieke manier gedragsregels vastgelegd waaraan alle bewoners van het pad zich moesten houden. Vermoedelijk waren notariële bewonersovereenkomsten elders onbekend. Padreglementen zijn namelijk nergens buiten de Zaanstreek gevonden.

De Zuiderkerkstraat is tegenwoordig een straat die begint bij de Raadhuisstraat en doorloopt tot de Kruisstraat en halverwege wordt doorsneden door de Breestraat.

Op de hoek Raadhuisstraat/ Zuiderkerkstraat zien we het nog bestaande pand Zuiderkerkstraat 1, volgens het Kadaster in 1635 gebouwd, hoewel er op de gevel een bord hangt met daarop het jaartal 1627. Deze gevel is een stuk jonger dan de woning en dateert uit de 19e eeuw. Het huis was ooit van T. Goezinne die achter het huis een groentezaak bedreef. Ooit was het pand groter maar de toenmalige eigenaar heeft een zijvleugel aan de zuidkant gesloopt en op de ruimte die vrijkwam werd een woning gebouwd die bewoond zou gaan worden door de familie Zwart die aan de overkant een herenmodezaak had.

Aan de Zuiderkerkstraat ook de begraafplaats van Koog aan de Zaan. Dit kerkhof is aangelegd in 1645 en is dus ouder dan de in 1686 gebouwde kerk. Toen de kerk was gebouwd werd de begraafplaats uitgebreid en kon er ook in de kerk worden begraven. Het begraven in de kerk werd in 1829 verboden.

De begraafplaats is in de 18e eeuw uitgebreid en omstreeks 1824, nadat kerk was vergroot, heringericht. Het 1500 m2 grote kerkhof heeft 241 graven met in totaal 407 personen waaronder leden van de families Honig, Duyvis, Evert Smit en Stuurman maar ook de oprichter van Stuurman Cacao en orgelbouwer Dirk Andries Flentrop. Bijzonder is het graf van Hendrik Sweepe, die F 5000,- naliet aan de gemeente Koog aan de Zaan om zijn graf en dat van zijn vrouw en dochter te onderhouden.

Er wordt niet meer begraven en de begraafplaats is gesloten maar kan op verzoek bezocht worden. Op 19 februari 2021 werd de begraafplaats een gemeentelijk monument waar De Orkaan op 1 maart 2021 een artikel aan wijde.

Vrij bijzonder is ook het hofje aan de Zuiderkerkstraat (huisnummers 6 t/m 51) dat uit 30 voormalige arbeiderswoningen bestaat. Het hofje is gebouwd in 1913-1914 naar een ontwerp van de architecten W.G.J van de Koogh en P.N. Leguit in opdracht van de in 1910 opgerichte woningbouwvereniging De Woning.

In 1980 werd er grootschalig funderingsherstel uitgevoerd en in 2017 werd het hofje opnieuw ingericht waarbij o.a. het riool werd vervangen, nieuwe bestrating werd aangelegd en klassieke lantaarnpalen geplaatst. De woningen zijn nu eigendom van Parteon.

Begraven op Schokland

Het voormalige eiland Schokland wordt nu geheel door land omgeven. Het eiland werd in 1859 op last van koning Willem III ontruimd. De omstandigheden waarin de Schokkers leefden waren door het oprukkende water onhoudbaar geworden. Tijdens de inpoldering van de Noordoostpolder in 1942 kwam het eiland als een zichtbare verhoging in het landschap weer tevoorschijn. Rond de kerk van Middelbuurt, een van de drie buurten op het eiland, is in diverse Zuiderzeehuisjes het eilandmuseum ondergebracht.

Zie kaart: Schokland

Ens, Middelbuurt en Emmeloord
Een rondje Schokland brengt je op de Zuidpunt waar de kerkruïne/kerkhof van Ens en de vuurplaat staan. Op de Noordpunt verrassen het gerestaureerde haventje en twee kleine gebouwen: De Misthoorn en De Lichtwachter. Een kunstwerk in de vorm van een hek markeert het voormalige katholieke kerkhof.
Hoewel Schokland een eiland vormde, werd tot in het begin van de 19de eeuw gesproken over twee ‘eilanden’: het katholieke Emmeloord en het protestantse Ens met de buurtschappen Middelbuurt en Zuidert (Ens).

Twee kerkhoven
Op het eiland lagen twee kerkhoven. Op de zuidpunt liggen de fundamenten van het gereformeerde kerkje van Ens dat tot 1717 dienst deed. De overledenen werden destijds in het kerkje begraven. In dat jaar werd een nieuw kerkje in Middelbuurt in gebruik genomen. De kerk verviel tot een ruïne, maar bleef behouden als kerkhof. Op het kleine kerkhof van Emmeloord werden de katholieken begraven.
Na het gedwongen vertrek van de eilandbewoners in 1845 bleven de doden achter op het eiland. Het katholieke kerkje en pastorie werden in 1860 afgebroken en herbouwd in Ommen. In 1938 werd de Schokker kerk in Ommen vervangen door nieuwbouw. Het gereformeerde kerkje van Middelbuurt raakte in verval, ,maar werd na restauratie onderdeel van het eilandmuseum.

Opgraving van de doden en herbegrafenis
Het kerkhof en de kerk van Ens trokken halverwege de 20ste eeuw de aandacht van archeologen en volkenkundigen. In 1940 werden de stoffelijke resten – mede onder invloed van de rassenleer van de Duitse bezetter – uit de ruïnekerk opgegraven en voor wetenschappelijk onderzoek naar de Universiteit van Amsterdam overgebracht. In die tijd deed men wel vaker onderzoek naar eilandbewoner (zie Urk). Verondersteld werd dat oude raskenmerken herkenbaar moesten zijn, omdat de eilandbewoners door hun eeuwenlange isolement onvermengd waren gebleven. Daarnaast werden de fundamenten van de kerk blootgelegd en in 1944 archeologisch onderzocht.

Het wetenschappelijk onderzoek heeft weinig nieuwe inzichten opgeleverd. De opgegraven beenderen bleven na het onderzoek bewaard. In december 2002 hadden de meeste stoffelijke resten een laatste rustplaats gekregen in het hart van de kerk. In het voorjaar 2003 werd een laatste bewoner van het eiland plechtig herbegraven.

Lees meer: De protestantse en de rooms-katholieke begraafplaatsen op het voormalige eiland op Dodenakkers.

Wolfheze: begraafplaats voor patiënten en personeel

Begraafplaats Wolfheze

Honderden betonnen paaltjes met een nummer

Verscholen in de bossen rond Wolfheze ligt de locatie Wolfheze van Por Persona, een organisatie die zich richt op het bieden van geestelijke gezondheidszorg in Gelderland. Tegen de westgrens van het terrein verschuilt zich de begraafplaats waar patiënten, medewerkers en sinds 1993 ook dorpsbewoners worden begraven. De instellingsbegraafplaats heeft een oppervlakte van een hectare en telt ongeveer zevenhonderd graven.

De eerste bewoning van het gebied rond het huidige dorp Wolfheze dateert van 2000 voor Chr. De bewoners begroeven hun doden of plaatsten de asurnen in grafheuvels. In 1910 zijn zeven grafheuvels onderzocht, waarbij klokbekers, vuurstenen pijlpunten en een koperen dolk zijn gevonden. Deze bewoners hadden geen vaste verblijfplaats, ze trokken rond op zoek naar jachtgebieden. Pas rond 1000 na Chr. is er sprake van een dorp met kerk en enkele boerenhoeven. In de late middeleeuwen werd Laag- of Oud-Wolheeze, gelegen op ongeveer een kilometer ten zuiden van het huidige dorp, grotendeels verlaten. De Spanjaarden maakten in 1585 de restanten van het dorp met de grond gelijk. In 1845 werd station Wolfhezen aan de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Rond het station ontstond bebouwing.

In december 1905 koopt ‘De Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Geestes- en Zenuwzieken in Nederland’ (VCVGZ) 89 hectare grond ten zuidwesten van het station Wolfhezen (toen geschreven nog met een ‘n’ aan het einde) voor de bouw van haar vierde Krankzinnigengesticht in Nederland. Eerder opende de VCVGZ locaties in Ermelo (Veldwijk), Den Haag (Bloemendaal) en Zuidlaren (Dennenoord).
Eind 1907 was de eerste bouwfase voltooid en werd het gesticht plechtig geopend. De stichting bepaalde (en bepaalt nog steeds) voor een groot deel het dagelijks leven in het dorp. Veel inwoners werken in het ‘gesticht’.

Aanleg begraafplaats
In 1907 richtte de stichting een verzoek aan de gemeente Doorwerth – bijna het gehele terrein lag destijds in de toenmalige gemeente Doorwerth – om op het terrein een eigen begraafplaats te mogen inrichten. Op 4 december 1907 reageerde de gemeente positief op het verzoek. De begraafplaats werd een jaar later aangelegd en omheind met dennen. Op 14 maart 1908 overleed mevrouw W. Goosen (ingeschreven als patiënt nr. 125). Zij werd als eerste begraven op de begraafplaats. Slechts een eenvoudig betonnen paaltje met het nummer 1 markeert haar graf. En zo zou het nog tientallen jaren doorgaan, nummerpaaltjes op de graven van de doden. Alleen in het register werden hun namen genoteerd.

Nummerpaaltjes

Personeelsleden en dorpsbewoners
Ook personeelsleden van de Stichting kregen vaak hun laatste rustplaats op het terrein. Wie op het terrein van het gesticht woonde en werkte, kon daar ook – zij het op een apart gedeelte van de begraafplaats – worden begraven. Zij kregen wel een grafsteen met hun naam en geboorte- en overlijdensdatum.
In 1993 kreeg de begraafplaats een opknapbeurt waarbij het terrein werd uitgebreid. Sinds die tijd worden er naast bewoners en personeelsleden ook veel dorpsbewoners begraven.

Bombardement met 87 slachtoffers​



Het bombardement van de geallieerden op Wolfheze op zondagmorgen 17 september 1944 eiste vele doden, zowel onder de dorpsbewoners als onder patiënten en hun verzorgers. In de loop van de week na het bombardement groeide het aantal doden zelfs tot 87 (50 patiënten en 37 burgers/personeelsleden). Op vrijdag 22 september vond de begrafenis van de slechtoffers plaats, als het in de lucht eindelijk vrij rustig is. Zes burgers werden op verzoek van de nabestaanden elders begraven.
Op 17 september 1946 (twee jaar na bombardement) werd, na een herdenkingsdienst in Gereformeerde Kerk, op het massagraf van personeel en burgers het monument onthuld. Pas later werden bij het massagraf van de patiënten drie herdenkingsstenen geplaatst in een gemetselde entourage.

Verantwoording
Bron: Wolfheze, www.wolfheze.nl. Bezoek aan de begraafplaats en museum 20-5-2018 en 5-11-2023,
Link: Het verdwenen dorp Wolfheze (YouTube)

Vorden: algemene begraafplaats

De Algemene begraafplaats van Vorden ligt buiten de bebouwde kom, op een trapeziumvormig terrein ten noorden van de Kerkhoflaan. Het zuidelijke deel van het terrein bevat een toegangslaan die naar een poort, leidt die toegang geeft tot het centrale en oudste gedeelte van de begraafplaats.

Dit is een groot rechthoekig terrein, waarvan het verlengde van de toegangslaan de middenas vormt. Dit oudste terreingedeelte bestaat uit vier kwadranten met graven. Het is in de eerste helft van de twintigste eeuw naar het oosten uitgebreid met enkele vakken en naar het westen met een omvangrijker gedeelte met een centraliserende formele aanleg en een groot halfrond gebogen pad aan de westzijde. Aan de oostzijde vond in 1936 een uitleg plaats, deels weer in een formele aanleg met een klein centraal rond, en aan de meest oostelijke rand met een langgerekt gebogen pad. Aan de noordzijde van het hierboven benoemde gedeelte bevindt zich een grote recente uitbreiding in een over het algemeen landschappelijke stijl.

Tongeren: familiebegraafplaats

“Betreed O Wandelaar met eerbied dezen grond
Aan dooden toegewijd ter rustplaats: ’t graf is heilig
En zij wier asch hier rust zijn voor all onrust veilig
Schoon hen geen marmer dekt, maar heide groei in ’t rond’

Op het houten toegangshek van de kleine sfeervolle begraafplaats prijkt dit mooie dichtwerk.

Jan Hendrik Rauwenhoff (1730-1815), eigenaar van het landgoed Tongeren, liet de begraafplaats in 1812 aanleggen en dichtte bij de opening de bovenstaande regels. De eerste dode die hier begraven werd, was een vriendin van Rauwenhoff en zijn dochter Anna. Namelijk de romanschrijfster en dichteres Elisabeth Maria Post (1755-1812). Zij was getrouwd met de predikant. J. Overdorp uit Epe. Anna volgde haar vriendin twee maanden later In de dood. Beiden liggen links en rechts van de ingang begraven. 

De begraafplaats doet nog steeds dienst als familiebegraafplaats. Het is gelegen midden in het bos. Het is even zoeken, maar al snel laat de begraafplaats zich van verre herkennen.

Woudenberg: ‘dorpsbegraafplaats’

Toegangshek begraafplaats

Rond 1200 was Woudenberg niet meer dan een kleine agrarische nederzetting op een open plek in het Westerwoud. Naast akkerbouw was de tabaksteelt (vanaf ca. 1750) een belangrijke bestaansbron. Na 1875 werden de tabaksteelt en de akkerbouw verdrongen door de veeteelt als gevolg van de lage prijzen van buitenlandse tabak en graan. De aanleg van de spoorlijn Amersfoort – Kesteren in 1886 en de opening van een station halverwege de weg naar Scherpenzeel zorgde voor uitbreiding van het dorp.

Dorpsbegraafplaats
Aan de Voorstraat ligt de Algemene Begraafplaats die in 1829 in gebruik werd genomen en eigendom was van de Hervormde Gemeente. In 1869 kwam de begraafplaats in handen van de burgerlijke gemeente.

Centrale as

Vandaag de dag heeft de begraafplaats Woudenberg drie ingangen. Aan de Voorstraat ligt de oude ingang die direct toegang geeft tot het oude deel van de begraafplaats. Naast deze ingang ligt een oorlogsmonument voor enkele oorlogsslachtoffers. De tweede ingang enkele meters ten westen van de ‘oude’ ingang en sluit aan op de as die het oude en het nieuwe deel op de begraafplaats van elkaar scheidt. Bij beide ingangen zijn grote zandlopers te zien; symbool van de kortstondigheid van het leven. De omkeerbaarheid van de zandloper wordt in de christelijke traditie gezien als het nieuwe leven na de wederopstanding. De huidige, sobere hoofdingang is aan de Henschoterlaan bij het opvallend moderne Uitvaartcentrum Henschoten.

Oude deel

De begraafplaats heeft een oppervlakte van ca. 2,24 ha. en is verdeeld in een oud (vakken A t/m F) en een nieuw deel (vakken AA t/m K). De sfeer op het oude deel wordt bepaald door de afwisseling in verschillende oude bomen, de padenstructuur en oude grafbedekkingen. Het oude deel van de begraafplaats oogt als een laat negentiende-, vroeg twintigste-eeuwse dorpsbegraafplaats. De afwisseling van graftekens, de karakteristieke hekwerken en palen met kettingen maken de historische ontwikkeling van begraven op de begraafplaats zichtbaar.

Het monumentale familiegraf van De Beaufort met de bijbehorende beplantingen en oude beuken completeren het beeld van de begraafplaats. Dit familiegraf bestaat uit een kelder, deels gelegen in een heuvel en omsloten door een drie meter hoge haag met daarin acht markante bomen. Op deze grafheuvel bevindt zich een steen die toegang tot de kelder met aan de bovenzijde de tekst uit Johannes 11:26 (Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven) en aan de onderzijde de familienaam.

Familiegraf Hooft

Het monumentale graf van de familie Hooft van Woudenberg van Geerestein ligt in de as van de oude begraafplaatsen met een lijn die doorliep tot de Buitenplaats Geerestein. In 1834 was Hendrik Daniël Hooft (1798-1879), een nazaat van de historicus, dichter en toneelschrijver Pieter Corneliszoon (P.C.) Hooft, eigenaar van deze buitenplaats geworden.

In 2016 werd het nieuwe gedeelte van de begraafplaats in gebruik genomen. Fase 1 van deze uitbreiding sluit aan op de oude deel.

Een heuse piramide?

Verscholen in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug, staat een merkwaardige heuvel met obelisk, de Pyramide van Austerlitz. Het is geen verdwaald grafmonument voor een Egyptische farao, maar slechts een met zand opgeworpen heuvel. Deze werd in 1804 opgeworpen door zich vervelende Franse en Bataafse soldaten. Het idee kwam van de Franse  opperbevelhebber Marmont. Hij wilde met deze piramide de herinnering aan het verblijf van het Franse leger in Kamp Zeist levend houden. Na 27 dagen was het werk voltooid. Pas in 1806, toen Marmont met zijn leger alweer was vertrokken, kreeg het bouwwerk de naam Pyramide van Austerlitz.

Bronnen: online begraafplaatsen.nl, Beleidsvisie gemeentelijke begraafplaats Woudenberg, gemeente Woudenberg 2015 en bezoek begraafplaats.

Het monumentale familiegraf van De Beaufort met de bijbehorende beplantingen en oude beuken completeren het beeld van de begraafplaats. Dit familiegraf bestaat uit een kelder, deels gelegen in een heuvel en omsloten door een drie meter hoge haag met daarin acht markante bomen. Op deze grafheuvel bevindt zich een steen die toegang tot de kelder met aan de bovenzijde de tekst uit Johannes 11:26 (Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in mij gelooft zal nooit sterven) en aan de onderzijde de familienaam.

Een sieraad in Kockengen

Toegangshek RK Begraafplaats in Kockengen

In 1854 werd de nieuwe rooms-katholieke kerk O.L. Vrouw ten Hemelopneming [2], een zogenaamde Waterstaatskerk, in het dorp in gebruik genomen. In een deel van de tuin achter de pastorie aan de Heicop werd een kerkhof aangelegd. Op 21 juni 1873 kwam het verzoek van Gedeputeerde Staten van Utrecht om dit kerkhof te sluiten. Uit een onderzoek van het Geneeskundige Staatstoezicht bleek dat het kerkhof schadelijk was voor de Volksgezondheid.

Het kerkbestuur zag zich toen genoodzaakt een stuk grond aan de Wagendijk [1] buiten de bebouwde kom van Kockengen te kopen voor 250 gulden. Op 1 december 1873 kon dit terrein als nieuwe begraafplaats in gebruik worden genomen en werd het oude kerkhof gesloten.

In 1975 werd door de toenmalige gemeente Kockengen op de algemene begraafplaats aan de Dreef [3] een katholiek gedeelte aangewezen. Vanaf 1978 werd de begraafplaats aan de Wagendijk niet meer gebruikt en in mei 1998 werd het officieel gesloten.

De begraafplaats is een mooi voorbeeld van een eenvoudige RK begraafplaats uit de 19de eeuw. Het is een uniek monument door de architectuur en het materiaalgebruik van het baarhuisje en het toegangshek in combinatie met de mooie ligging In de polder en de symmetrische aanleg. Het voormalig baarhuisje is nu ingericht als kapelletje,

Kaart
Bezoek 9 september 2023

Austerlitz: rust en eenvoud

Begraafplaats Austerlitz

Je rijdt er gemakkelijk voorbij, de begraafplaats in Austerlitz. Verscholen in het groen ligt de begraafplaats van de Protestantse Gemeente De Hoeksteen. De begraafplaats is eenvoudig van opzet: toegangspoort, een baarhuisje links achter het hek en een mededelingenbord. Een hoofdpad met aan weerszijden zijpaden waarlangs de graven liggen, deelt de begraafplaats in tweeën. ‘Onze begraafplaats is klein en ligt midden in het bos. Dat maakt deze plek zo uniek. De rust en eenvoud treffen je op het moment dat je het hek doorkomt’, staat op de website van De Hoeksteen te lezen.

Foto’s Mary Kuiper

Grenzend aan het baarhuisje is een klein museumveld ingericht met bewaarde historische grafstenen. ‘Hier rusten vader en moeder. A Jansen – M Polman’, vermeldt het bordje aan het hekje rond een aantal graven. Verder nog wat verdwaalde stenen. Een mooi initiatief, de stenen hadden ook in de afvalcontainer gegooid kunnen worden.

Hier rusten vader en moeder. Foto Bartho Hendriksen

Na het overlijden van Arnoud Jan de Beaufort (1799-1866) schonk zijn weduwe Anna Aleida in 1871 een stuk grond om een begraafplaats aan te leggen aan de Oude Postweg te Austerlitz. Later heeft de kerk nog tweemaal een stuk grond gekregen om de begraafplaats uit te breiden.
Op 9 januari 1871 werd aan Burgemeester en Wethouders van Zeist toestemming gevraagd om de begraafplaats te mogen aanleggen. Hoewel er geen datum bekend is, moet de toestemming kort erna gegeven zijn. De begraafplaats kwam ongeveer op de plek waar F. A. Hubert (1781-????) in 1827 zijn vrouw mocht begraven. De precieze plaats van dat graf is niet bekend. Wel is de steen gevonden. Deze ligt nu bij het baarhuisje. Op de steen staat: ‘anno i. c. 1827, in naam der heilige drie-eenheid, begraafplaats der familie F. A. Hubert, hier rust vrouwen Sarah Charlotte Hubert, geboren den 12 november 1771, overleden den 1 november 1827.’

Baarhuisje
Ook het geld voor het baarhuisje is geschonken door de familie De Beaufort. Aanvankelijk was het geld bestemd voor de reparatie van het halve dak van het kerkgebouw – dat we nu kennen als het Beauforthuis – plus twee kerkbanken. Op 21 oktober 1872 werd de bestemming van het geld gewijzigd in het bouwen van een baarhuisje. Waarschijnlijk is het baarhuisje tegen het begin van 1873 gebouwd. Het oudste deel van de begraafplaats en het baarhuisje zijn gemeentelijk monument.

Begrafenissen 1871-2021
Tussen 1871 en 1921 werden totaal 357 begrafenissen waaronder 220 kinderen (40 doodgeboren kinderen, 71 kinderen tot 3 maanden, 50 kinderen tot een jaar en 50 kinderen vanaf een jaar).
Tussen 1921 en 1971 totaal 331 begrafenissen waarvan 68 kinderen.
Tussen 1971 2021 tot nu toe 374 begrafenissen waaronder 11

Er wordt de begraafplaats geen bijdrage gevraagd voor het onderhoud, dit in tegenstelling tot andere begraafplaatsen, de begraafplaats wordt bijna uitsluitend door vrijwilligers onderhouden.

Begraafplaats Austerlitz 1871 (links) en 2021 (rechts). Bron: Topotijdlijn.

Nagele: de doorgang naar de hemel

Algemene Begraafplaats, Nagele

De berceau van Ruys: de doorgang naar de hemel

Aan de westkant van het dorp Nagele ligt in de omringende groengordel de kleine dorpsbegraafplaats. De begraafplaats is ontworpen door tuinarchitecte Mien Ruys (1904-1999). Zij was van mening dat iedereen na de dood gelijk was. Een berceau, een loofgang, waar iedere overledene zijn laatste gang door maakt, symboliseert deze gelijkheid. Iedereen komt de begraafplaats binnen via de veertig meter lange groene tunnel. Aan het einde van deze tunnel gloort het licht: de hemelpoort.

In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed, tien jaar later viel de Noordoostpolder droog. Na de Tweede Wereldoorlog werd een begin gemaakt met de inrichting van de polder. Bij het ontwerp van de dorpen werd gekozen voor de traditionele Hollandse stijl van de Delftse School. De geachte was bewoners zo sneller konden aarden op het nieuwe land. Dorpsbrinken en huizen van rode baksteen en schuine daken en rode dakpannen bepaalden het aanzicht van de tien dorpen. Nagele, het elfde dorp, vormde qua architectuur een gedurfde uitzondering in de strak ingerichte Noordoostpolder.

Dorp Nagele
Nagele – ooit een eiland in de woelige Zuiderzee dat in de middeleeuwen in de golven verdween – moest 270 woningen, drie kerken, drie scholen, winkels, een dorpshuis, een sportzaal, horeca en een begraafplaats krijgen. Het dorp was een project van de architectengroepen De 8 en Opbouw waarin bekende architecten zoals Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck en tuinarchitect Mien Ruys samenwerkten. Licht, ruimte en leefbaarheid vormde het motto van deze modernisten.

Plattegrond begraafplaats met links van de berceau het katholieke deel en rechts het algemene deel

Begraafplaats
De begraafplaats in Nagele is als enige begraafplaats in de Noordoostpolder niet ontworpen door de Directie Wieringermeer maar door tuinarchitecte Mien Ruys. Zij had een voorkeur voor vierkanten, rechte lijnen en geometrische vormen. Als tegenhanger stelde Ruys een bonte, kleurige, losse en natuurlijke beplanting.
In het programma van eisen stond voorgeschreven dat het rooms-katholieke deel en het algemene deel van de begraafplaats, respectievelijk 1/3 en 2/3 van het totale oppervlak, gescheiden van elkaar moesten worden. Mien Ruys was echter van mening dat iedereen na de dood gelijk was. Een berceau, een loofgang, waar iedere overledene zijn laatste gang door zou maken, moest deze gelijkheid symboliseren.

Berceau van Mien Ruys
De ‘Berceau van Mien Ruys’ is na meer dan vijftig jaar na dato alsnog door de inzet en volharding van vrijwilligers uit het dorp gerealiseerd. Op 10 juni 2010 vond de opening van de loofgang plaats door het onthullen van een gedenksteen met de tekst: “Samen zijn we overal”. Vanuit de berceau valt het oog op de door Piet van der Sar ontworpen klokkenstoel die in oktober 2017 geplaatst is. In de klokkenstoel hangt een luidklok die afkomstig is van begraafplaats De Wissel in Dronten.
Het Keltische kruis op het rooms-katholieke deel van de begraafplaats stond tot de opheffing van de rooms-katholieke parochie in Nagele op de klokkentoren van de  R.K. St. Isidoruskerk (tegenwoordig Museum Nagele).

Ommeren: het grafeiland van baron van Brakell

Aan de Provincialeweg N320 (Culemborg – Kesteren) ligt ter hoogte van Ommeren op het landgoed den Eng het Streekmuseum Baron van Brakell. De baron was een bijzonder man. Daarover waren zijn tijdgenoten het eens. Een militaire loopbaan lag voor de hand voor een man van zijn stand, maar een ‘ongemak aan den voet’ weerhield hem daarvan. Hij werd boer, of liever landbouwpionier.

Bruggetje naar het romantische grafeiland

Van Brakell (1768-1852) was niet alleen zijn tijd vooruit in het boerenbedrijf, maar ook in de omgang met zijn pachters. De baron en zijn vrouw bewoonden Huize Den Eng. Het huidige huis, schuin tegenover het museum, staat op de plek van het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste oorspronkelijke landhuis.  Het echtpaar kreeg geen kinderen en liet al zijn geld na aan een fonds voor de behoeftigen in Meerten, een buurtschap ten zuiden van Lienden. Ook de bouw van het nieuwe museum werd uit de nalatenschap bekostigd.

Grafeiland
Geldersch Landschap en Kasteelen beheert het landgoed den Eng. Bij de receptie van het museum ligt een folder met een bomenlijst aan de hand waarvan je door het bosplantsoen, ook wel door Van Brakell de ‘wandeling’ genoemd, wandelt. In het bos stond op een heuveltje zijn kerkje. Na de dood van Van Brakell in 1865 raakte het kerkje in onbruik. In de vijver direct achter het museum ligt een eilandje, waar Van Brakell en zijn vrouw liggen begraven. Achter de vijver ligt nog een heuveltje, waar zijn paarden werden begraven.

‘Hieronder rusten  /  F.L.W. van Brakell / geb.8 april 1788 / ontslapen 11 augustus 1865 / en  / A.F.C.J. van Brakell / geb. van Nijverheim / den 4 sept. 1804 / overleden 1 febr 1892’.

Jean-Jacques Rousseau
Ongetwijfeld is de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) hun grote inspirator geweest. Rousseau  werd op 4 juli 1778 begraven op het Île des Peupliers in Ermenonville (departement Oise), dat uitgroeide tot een bedevaartsoord voor zijn vele bewonderaars. Op 11 oktober 1794 werd zijn stoffelijk overschot verplaatst naar het Panthéon , waar ze bij de overblijfselen van Voltaire werden geplaatst .

De Betuwe zoals het was
Het streekmuseum geeft een aardig beeld van het wonen en werken in de West-Betuwe in vroegere tijden. In de kelder staat een imposante collectie boerenwagens die vroeger in het Rivierengebied werden gebruikt. Met enkele handelingen konden deze wagens als waren het moderne MPV’s  gebruikt worden voor het vervoer van graan, personen en soms voor begrafenissen. In de kelderruimte staan twee grote rouwkoetsen opgesteld.

« Oudere berichten

© 2024 Over de groene zoden

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑